dinsdag 31 juli 2012

Gezocht: kleine kunstenaar

Het is een raadsel. Loop je in het bos achter Bellevue, ligt daar zoals altijd die enorme houtstapel. Niks nieuws zou je zeggen, behalve dan dat je opeens ziet dat er een gezicht is getekend op één van die stammen. Een kunstwerkje laag bij de grond en dat is letterlijk bedoeld: je moet als volwassene op je buik gaan liggen om het zo te kunnen maken. Maar als kind kun je blijven staan, of desnoods hurken...
Maar welk kind gaat er met een potlood het bos in om een gezicht te tekenen? En dan nog zo vaardig ook, met die mond die er van nature al was???
Dus, gezocht: kleine kunstenaar!

woensdag 25 juli 2012

Asterix en Obelix in het echie

De Fransen (en de Hollanders) stikken van de vooroordelen over de oude bewoners van het land van Marianne: de Galliërs. Alésia, een nieuw museumpark nabij het slagveld van weleer, rekent daar voorgoed mee af.
Dat slagveld heet Alésia en het is daar dat in 52 voor Christus niemand minder dan Julius Caesar het opnam tegen de Gallische leider Vercingetorix (jawel, uit Asterix en Obelix). Caesar had circa 14.000 manschappen bij zich, Vercingetorix telde er zo'n 40.000. Toch wist de eerste te winnen, domweg doordat de arme Galliërs zich stuk liepen op het georganiseerde leger van de Romeinen. Caesar nam zijn opponent mee naar Rome om hem tijdens zijn triomftocht door de stad als oorlogsbuit te tonen en ter dood te laten brengen.
Afbeeldingen van Vercingetroix tonen steevast een imposant man met lange haren en een grote hangsnor. Hij oogt woest en als hij zijn leger aanvoert, dan zal het geheel wel een chaotische horde vechtersbazen zijn à la de Schotten in de film Braveheart met Mel Gibson in de hoofdrol.
Al dit soort vooroordelen, ontstaan aan het einde van de negentiende eeuw, toen Frankrijk verdeeld was en Napoleon III uit alle macht probeerde een historie te schrijven waarin alle Fransen zich zouden herkennen, worden in Alesia vakkundig om zeep geholpen. Inderdaad, de Galliërs gebruikten - net als de Romeinen - al zeep om zich te wassen, dus zulke smeerpoetsen zullen het wel niet zijn geweest. Bovendien vochten zij zeer dapper én gedisciplineerd en hadden ze kunstjes waar Caesar nog een puntje aan kon zuigen. Zo waren er levende 'bommen' die zich aan de staart van een galopperend Gallisch paard lieten meeslepen. Vlak voordat het paard de Romeinse schildenrij zou binnenstormen, zwenkte de ruiter het dier naar rechts of links, waarbij de staartenhanger als door een katapult gelanceerd over de schildenrij heen vloog, om al maaiend met zijn zwaard neer te komen. En te sterven...
Enfin, over het uiterlijk van Vercingetorix is niks bekend, maar over het algemeen schoren de Galliërs zich en hadden ze kort haar. Dat het 6,5 meter hoge standbeeld van de Gallische leider - even verderop bij Alésia - toch lange lokken heeft en een hangsnor, is aan diezelfde Napoleon III te danken. Die stond nota bene zelf model voor het beeld, dus een beetje hoogmoedswaan komt er wel bij kijken.
In het museum wordt de aanloop naar de strijd duidelijk gemaakt, terwijl in een film de eigenlijke slag bij Alesia is verbeeld.
Voor wie nog eens goed wil kijken hoe dat vechten eigenlijk ging, worden in een Romeins fort buiten het museum bovendien demonstraties gegeven. Galliërs tegen Romeinen, beide groepen gewapend met speren en zwaarden en beschermd door schilden en maliënkolders. En dan zie je hoe slim die laatsten vochten: in hun bataljon wisselden de voorste soldaten en de collega's achter hen elke halve minuut van plaats, waardoor die arme Galliërs steeds een nieuwe tegenstander hadden die nog vers was, terwijl ze zelf uitgeput raakten door al dat gemep.
Kortom, MuseóParc Alésia (een uurtje rijden van Bellevue en met 9 euro entree voor volwassenen vriendelijk geprijsd) is zeer de moeite waard. Zij het dat kinderen jonger dan zes jaar er niet veel te zoeken hebben. En je moet niet vergeten zo'n blauw mobieltje te pakken, om het verhaal van Caesar en Vercingetorix te horen. Veel plezier!
PS. Vergeet niet te genieten van het gebouw, ontworpen doorBernard Tschumi, die met de ronde vorm de omsingeling van Vercingetorix en zijn troepen symboliseert. Mooi!

zaterdag 30 juni 2012

Geen slimme vos

Bij gebrek aan echte natuurlijke vijanden, wemelt het in de Morvan van de vossen. Dat heeft zo zijn prijs...
Onze voormalige slager is er dol op: jagen op Reintje de Vos. Dikwijls zie je hem aan het einde van de middag het bos in gaan, met zijn zoontje Geralde. Zonder geweer overigens, maar met pijl en boog! Wat de moeilijkheidsgraad van de jacht uiteraard buitengewoon hoog maakt. Je moet je prooi immers heel dicht naderen om een goede schietkans te hebben. En in de buurt komen, dat valt bij een vos niet mee. We hebben Sebastien en Geralde dan ook nog nooit met een buit zien terugkeren.
De vos is niet erg gezien in onze streek. Sterker, als je met een vossenstaart binnenloopt bij de gemeente, krijg je vijftien euro cadeau. Subsidie om het aantal dieren terug te draaien. Want elke boer is bezorgd om zijn kippen. Ook weer niet zo bezorgd dat-ie ze 's nachts gewoon goed opsluit, want dan is er niks aan de hand. Nee, de bezorgdheid is meer een excuus voor de jacht.
Het verkeer helpt helaas ook bij het terugdringen van de vossenstand. En het moet gezegd: dikwijls zie je ze de weg overschieten en soms is een botsing nog maar nét te voorkomen.
Dat geluk had een jonge vos gisteren niet. Onze vrienden Hans en Annette vonden het arme beest na een borrel bij ons in de moestuin. Hij lag nota bene op het weggetje naar Bellevue toe en was nog warm. Op klaarlichte dag overreden dus. Geen slimme vos.
We hebben het beestje achterin de Rodeo gelegd voor een laatste ritje en begraven naast Ballet, Koosje en Bobby. En dichter nog bij Françoise Sagan, Jeanne d'Arc en al die andere kippen die ooit - eveneens op klaarlichte dag en dus niet opgesloten maar vrij in de wei - door een vos werden vermoord. Misschien schenkt dat enige genoegdoening voor ze. Maar de compassie gaat toch uit naar de jonge vos dit keer. Dus op het verse graf staat een klein beeldje van een kip. Een schrale troost.

vrijdag 22 juni 2012

Muziek maken

De langste dag van het jaar - 21 juni - wordt in heel Frankrijk steevast met muziek gevierd. Een idee van radioverslaggever Joel Cohen, die in 1978 opperde om een dag per jaar allerlei amateur musici de mogelijkheid te geven hun kunsten op straat te laten horen. Toenmalig Minister van Cultuur Jack Lang nam het idee graag over en sinds 1981 is 21 juni dus de dag van les fêtes de la musique (goed Frans voor muziekfeesten, maar als je het uitspreekt zeg je ook 'muziek maken'=faites de la musique!). Ofschoon nog jong, is het in de achterliggende decennia een heuse traditie geworden, waarbij cafés vergunning krijgen langer open te zijn en complete straten mogen worden afgesloten voor verkeer. In de steden hebben de (gratis) concerten dikwijls een professioneel karakter, maar op het platteland is het allemaal kneuterigheid troef. In de positieve zin des woords. Dat is het in Lucenay l'Evèque (15 km van Bellevue) eveneens, als tijdens de langste dag van het jaar een tent wordt opgezet langs de oever van het riviertje Le Ternin, waar 's avonds iedere inwoner die ook maar iets speelt (gitaar, fluit, trekzak, stemband, eerste viool, accordeon, cello) op klautert om iets te laten horen. Zoals de eindeloze versies van Apache van The Shadows gisteravond, ten gehore gebracht door de muziekleraar van het dorp. Of een zangpartijtje van een stel meisjes, dat een hitje van K3 ten beste gaf. Of een akoestisch gitarist met een beste stem en een opvallend goede uitspraak van het Engels (voor een Fransman dan). En natuurlijk de schitterende chançons door Dani, die moederziel alleen op het podium een betoverende La Vie en Rose liet horen. Hoogtepunt was gisteravond wel het optreden van MB4, van de Nederlandse Morvandiaux Henk (gitaar en zang), Marcel (bas), Peter (gitaar en zang) en Menno (drums). Ouderwetse rock 'n roll, waarop uiteindelijk flink werd gedanst, terwijl de kleine kinderen mee swingden en op hun step over de dansvloer sjeesden. Voeg daarbij de patatten (geserveerd in een koffiefilter, haha!), knakworsten en lauwe witte wijn van de organisatoren, maar ook de wraps en lekkere róde wijn van Ellen en Menno van La Roseraie (het hotel-restaurant aan de oever van dezelfde rivier) en je begrijpt het: zorg dat je er volgend jaar bij bent op het fête de la musique van Lucenay!

maandag 18 juni 2012

Kwaad kersen eten

Niets geeft zo'n zomers gevoel als een schaal vol verse kersen in een pas gemaaid weiland, waarvan het hooi juist is geschud... Geen idee hoelang de mensen al kersen kweken. In ieder geval in de tijd van de oude Grieken al, zoals de tekst 'Het Drinkgelag' van de grote filosoof Plato (327-247 voor Chr.) bewijst. Daarin komt de blijspeldichter Aristophanes aan het woord om zijn kijk op de essentie van de liefde te geven. Volgens de dichter waren de mensen in de Griekse oertijd, toen alleen oppergod Zeus er zo'n beetje was, heel anders dan nu. Ze hadden een volmaakt ronde vorm, met twee gezichten, vier benen en vier armen en door al die ledematen als een razende te bewegen, rolden zij met een rotgang over Zeus' aardkloot. Verder waren ze heel intelligent, knap van uiterlijk en buitengewoon vruchtbaar: al rollend storten zij hun zaad in de grond en daaruit groeiden dan weer nieuwe, bolvormige mensjes, letterlijk zoals spruiten. Een mens die zo volmaakt is, moet wel hoogmoedig worden. En als Zeus nu ergens een pleurishekel aan heeft, dan is het wel hoogmoed. Dus sneed hij de mens - en nu komt het - 'doormidden gelijk gedroogde morellen'. Morellen zijn dus kersen, hè, waarmee is bewezen dat drie eeuwen voor Christus al kersen werden gegeten. Hoe het verhaal afloopt? Al die halve mensen waren vanaf dat moment ontroostbaar want Zeus verstrooide hen in zijn woede over de ganse aardbol. En vind dan je wederhelft (!), partner (!) of beste helft (!) maar weer eens terug. Enfin, Zeus kreeg spijt, deed wat ingrepen zodat de mens zich in ieder geval weer kon voortplanten en zo is het tot op de dag van vandaag gebleven (tussen haakjes: onze navel komt dus niet van de navelstreng, maar daar zijn we dichtgenaaid na het doormidden snijden, snappie?). De kern van dit verhaal van Aristophanes is dat de mens maar één ware liefde heeft in het leven (dream on, Ari). En dat je oppergod Zeus dient te eren door dikwijls de liefde te bedrijven, want daartoe heeft hij zijn extra ingreep gepleegd. Over goden gesproken, de weergoden zijn de Franse kersen in 2012 niet erg goed gezind. Kwaad kersen eten met ze, zo gezegd, want eerst vroor het toen de bloesem aan de bomen zat en daarna werd het veel te nat. Zodat de rijping van wát er groeide niet vlotte. Onze eigen kersenboom op Bellevue is het bewijs: zegge en schrijve één kersje hangt eraan en het is nog maar de vraag of die het haalt. Julie uit Lyon stond ook al met veel minder kersen dan gebruikelijk langs de kant van de weg tussen Saulieu en Avallon. Nog zo'n zomers beeld, haar kersstal (niet te verwarren met kerststal) onder de feesttent in het wuivend weiland. Maar binnen die tent is het geen feest, want de bodem van de kisten vol cerises Anglaises en Earls was gauw in zicht. Misschien krijgt Zeus weer spijt en schenkt hij ons na een nat voorjaar en prachtige, lange zomer...

vrijdag 1 juni 2012

De paarden op, de lanen in

Naarmate je ouder wordt, keer je meer en meer terug naar je jeugd. Vandaar dat ik alleen nog maar Dylan draai. En weer ben gaan paardrijden...
Mooier dan de vallei van Sommant - 20 minuten rijden van Bellevue - kan een streek niet zijn voor een ritje te paard. En juist in het dorpje Sommant, in het hart van die kom tussen de heuvels, ligt het centre equestre À Hue et à Dia. Niet zo maar een manege, maar een stoeterij waar met name Arabieren worden gefokt (we hebben het hier over het paardenras). Ruim 120 paarden lopen rond op de 65 ha. weidegrond rond Sommant en dat is alleen al een lust voor het oog. Gelukkig kun je er - door een samenwerking tussen Maison Bellevue en de eigenaren - ook paarden huren om mee het bos in te trekken. En dat kan zonder begeleiding van de manege uit, zij het dat ik zelf als tolk en gids wel mee ga. De paarden op, de lanen in... De tochten die je zo, gedurende pakweg twee uur maakt, zijn weergaloos. Je trekt door boerenland, over smalle bospaden, langs weidse weiden en door de bossen zelf.
De ondergrond is nu eens hard zodat de tocht stapvoets gaat en alle aandacht aan de omgeving gegeven kan worden. Op zachte ondergrond gaat het in draf of galop, door riviertjes gaat het schoorvoetend en ruiken de dieren eenmaal stal dan gaat het bijkans in rengalop!
De tocht eindigt doorgaans bij het prachtige Château Valonge op een steenworp afstand van À Hue et à Dia, waar je je even ridder te paard voelt. En even later ben je terug. De kosten? 36 euro per persoon voor de twee uur durende rit. Bovendien ben je ook nog een uurtje zoet met het uit de wei halen van de paarden, het poetsen en het terugbrengen ervan. En dan blijkt je weer ridder te voet...

Van onsterfelijkheid en ulevellen

'Je bent pas écht dood als mensen niet meer aan je denken', zegt Boudewijn de Groot in een kort interview met mijn vriend en collega Jan Vriend van het Noordhollands Dagblad.
Jan stuurt wekelijks de lifestyle bijlage Vrij op, die het NHD elke zaterdag siert. Daarin staat mijn culinaire rubriek Over de Tong en zo zien we hier op Bellevue 'in het eggie' hoe die bijdrage oogt. Deze week stuurde Jan ook een éigen bijdrage mee: een reeks korte interviews met bekende Nederlanders, over hun band met een overleden dierbare, die zij nog altijd als inspiratiebron beschouwen. Onder hen dus ook Boudewijn de Groot, die nog altijd veel aan 'zijn' tekstdichter Lennaert Nijgh denkt, die helaas in 2002 al stierf. Met bovenstaand citaat van Boudewijn: Je bent pas écht dood als mensen niet meer aan je denken. Een oude wijsheid, waar als een koe. En ik betwijfel persoonlijk of Nijgh en De Groot - als duo slechts te vergelijken met Lennon en McCartney of Jagger en Richards - óóit zullen sterven, omdat er altijd wel iemand is die hun liedjes zingt. Maar er is meer. Bij ons op tafel ligt Boudewijns boek 'Hoogtevrees in Babylon', met daarin alle nummers die hij zelf schreef tussen 1963 en 2006. Deze teksten, waarvan ik in veel gevallen dacht dat ze van de hand van Nijgh waren (Picknick bijvoorbeeld), worden stuk voor stuk door de schrijver verklaard, wat een aardig inkijkje geeft in het leven van de componist/zanger en in de geschiedenis van zijn pennenvruchten.
Het mooie is dat je na het lezen van zo'n tekst, het desbetreffende liedje nog dagen loopt te zingen of te neuriën, bijna tot wanhopens toe. En dat je met het nummer in je hoofd teruggaat naar je eigen jeugd. De evergreens zijn een vehikel voor je herinneringen en je bent opeens weer kind. Je voelt weer de tranen die prikten in je ogen toen je voor de eerste keer Een meisje van 16 hoorde (overigens geïnspireerd door Charles Aznavours Une Enfant), de lente die je voelde bij het luisteren naar Picknick, de bange trips die je maakte, keer en keer opnieuw, onder invloed van hasj en de elpee Nacht en Ontij - ze maken je weer even jong.
Uiteraard zijn deze specifieke herinneringen persoonlijk, maar de gevoelens die zij oproepen zijn universeel. Dat bleek toen we een half jaar terug alweer, met alle trekharmonicavrienden meebrulden op klassiekers als Verdronken Vlinder en Malle Babbe, het prachtige Naast Jou en natuurlijk Testament. Tenenkrommend voor Boudewijn zelf, ongetwijfeld, maar een bewijs van hoezeer zijn bijdragen aan de vaderlandse popgeschiedenis een collectief geheugen vormen. Dankzij die bijdragen, zullen Nijgh en De Groot dus nimmer sterven (even voor de goede orde: Boudewijn is alive and kicking hoor en gaat deze nieuwe herfst alweer op toernee). Maar dankzij die bijdragen ook, worden vele Nederlanders die opgroeiden met hun muziek, bij tijd en wijle weer een beetje jonger. Boudewijn verzuchtte eens dat hij de roep om al die oude nummers soms als een keurslijf ervaart. Moge het besef dat hij met de vertolking van zijn evergreens vele kinderhanden vasthoudt, dat keurslijf minder knellend maken. En dan nog een persoonlijke ontboezeming: toen ik laatst over Welterusten, Meneer de President las en de zin 'bajonetten met bloedige gevesten, houden ver van hier op uw bevel de wacht' tegenkwam, wist ik plots weer wat ik in 1965, als jochie van 8 voor het eerst zong. 'Bajonetten met bloedige gevesten, houden ver van hier op Ulevel de wacht...' Ik wist niet beter of dit eiland in de verte was Ulevel, de plaats waar de gelijknamige snoepjes vandaan kwamen waar ik zo gek op was. En hoewel je die nergens meer tegenkomt, blijken ze dan toch opeens onsterfelijk.

dinsdag 29 mei 2012

De moestuin III

In weerwil van onze onkunde, het tijdgebrek, de tegenzin en het tekort aan groene vingers (ik heb er welgeteld één), begint de moestuin van Bellevue toch ergens op te lijken. Er wordt dan ook hard gewerkt door Jan en alleman in onze tuin. Sterker, Erik (die in dezen een voorbeeldrol vervult, zeg ik maar even) kwam aanzetten met bakken vol kolen (rode en bloem), sla, tomaten, aubergines, pompoenen, meloenen en zelfs een staak met rode pepertjes eraan. Een diepte-investering, daar Erik en zijn Neeltje ook gereserveerd hebben voor de kerstdagen. Vervolgens heeft de familie in kwestie snoeihard gewerkt om al dat moois in de grond te krijgen en het stond er verdomd als het niet waar is een aantal uren fris en fruitig bij! En toch was al dat jonge pootgoed nog bijna verongelukt. Door dagen van regen en koude, wind en onweder. De plantjes kromden de rug echter, spraken elkaar moed in en bleven overeind. Tot aan IJsheiligen...
De oude buurman zei het altijd al: plant niks in je moestuin voor IJsheiligen. Het betreft hier wat sinten die hun verjaardag vieren tussen 11 en 15 mei, pak 'm beet. Ik noem een Marmertus (11 mei), een Pancratius (de 12e), een Servatius van Maastricht (tussen haakjes: daar is de St. Servaaskerk naar genoemd), een Bonfatius van Tarsus (14 mei) en een Sophia van Rome (15 mei). Niet alle katholieken tellen ze allemaal mee, maar het wordt te ingewikkeld om daar in dit moestuinrelaas dieper naar te graven. Wel moet - om verwarring te voorkomen - vermeld dat Bonifatius niet de Dokkumer heilige betreft, maar de Romeinse burger die in 307 als vroege Christen werd dood gemarteld. Misschien om zijn gram te halen, heeft vooral deze laatste onze tomatenplanten in de nacht van 14 op 15 mei omgebracht. Toegegeven, op de naamdag (of eigenlijk de naamnacht) van Sint Servatius (13 mei) vroor het ook al een beetje aan de grond, maar een etmaal later was het gewoon 5 graden onder nul op Bellevue?! Tsja en daar kan dat jonge spul niet tegen, helaas. Enfin, inmiddels zijn de IJsheiligen voorbij gemarcheerd en is de kans op nachtvorst nihil. Dus kwamen er nieuwe tomatenplanten, waar de vruchten nota bene al inzitten, dus we zijn in tijd eigenlijk niet achteruit geboerd:-) En nu maar bidden dat er snel weer gasten komen (zoals onze eigen Tineke ook) die de handen uit de mouwen steken in de potager. Want wij zelf laten ons nog altijd knollen voor citroenen verkopen...

vrijdag 18 mei 2012

Schouwspel

In Maison Bellevue is de afgelopen tien dagen een langgekoesterde wens werkelijkheid geworden: een nieuwe schoorsteen siert de haard... Ooit had Bellevue, zoals alle boerderijen in de Morvan, zo'n schouw waarin je rechtop kon staan. Niet dat je zulks deed als-ie brandde, maar toch. In de jaren zeventig is - gelijk op zo veel plaatsen in de regio, waar de geest van de moderne tijd rondwaarde - die oude schouw weggebroken. De zware horizontale steen - de zogeheten schoorsteen, omdat hij de kap erboven schoorde of ondersteunde - werd ervan afgetild en de dragende wangen van graniet werden er simpelweg afgeslagen. Wat er voor terugkwam was wat armzalig metselwerk van bakstenen en een hoop stuc.
Een aantal jaren geleden al, haalden Elly en ik dat stucwerk weg en er kwam een prachtige granieten hardplaats achter te voorschijn, compleet met een vierkant gas voor de nog warme as. De bakstenen erboven bleven vooralsnog zitten en in zekere zin gaven die een aardige kijk op hoe het was. Ongeveer een maand geleden kregen we van onze Morvandese vrienden Hans en Joke een oude schouw cadeau. In tweeën gebroken - ze wisten wat ze weggaven;-) - en loodzwaar. Hooguit te gebruiken als tuinornament, dachten zij en ik. Maar Elly dacht daar anders over en belde aannemer Didier. Of-ie kon komen kijken of de zandstenen kolos als nieuwe schoorsteen kon worden gebruikt. Dat kon. Na veel vijven en zessen kwam Didier om de oude bakstenen te verwijderen.
Dat was het makkelijkste deel van de klus. Daarna werden de twee helften met veel ellebogenstoom in het vrijgekomen gat getild en verzekerd met stempels eronder.
Nu kon het aanhelen van beide brokken beginnen, waarmee direct het tekort van ongeveer 30 cm goed gemaakt zou worden: de schouw werd met beton verlengd tot de noodzakelijke twee meter overspanning. Tegelijkertijd werden de oude granieten wangen weer verankerd in de muur, zodat de originele staat werd hervonden. Na droging was het de beurt aan Elly om met kwast en penseel beide stenen en het beton er tussenin op kleur te brengen, zodat je van de verlenging en reparatie niets meer ziet. En kijk nu hoe mooi het schouwspel is?!?

maandag 14 mei 2012

Vaatwerk met een ster

De Fransen zijn uiterst gevoelig voor status.Hier geen BoBo's over wie laatdunkend wordt gedaan, doch louter ouderwetse notabelen. Waartoe zelfs de grote chefs behoren... Goed, wie zijn dan zoal de notabelen van dorp en stad? De notaris en de advocaat in ieder geval, die steevast met maître (meester) worden aangesproken. De dokter en de tandarts uiteraard (monsieur le docteur) plus natuurlijk de burgemeester (monsieur le maire). Tussen haakjes: dames bekleden deze functie uiteraard ook allemaal, maar dan zijn de regels opeens wat minder formeel en worden ze niet zelden gewoon met de voornaam aangesproken. Enfin, waar ik naar toe wil: zelfs de grote chef-koks van Frankrijk (wel vrijwel allemaal mannen) valt deze status ten deel. Ook zij worden met maître aangesproken en verder met alle égards bejegend. Zeker als zij tot het gilde van sterrenchefs van Michelin horen.
De verering van die laatste groep gaat zelfs zo ver dat liefhebbers in de rij staan om het oude vaatwerk van deze topkoks te mogen zien, aanraken en zelfs kopen. Dat bleek zondag 13 mei, toen in de hallen van Beaune het evenement 'La vaisselle des chefs' plaats vond. Vrij vertaald: 'het vaatwerk van de koks'. Voor de entree (3 euro) stond nota bene een lange rij wachtenden, allemaal tuk op een bordje van Bernard Loiseau of een lepel die Pierre Troisgros nog in zijn mond heeft gehad. Want het betrof hier wel de afwas van de twaalf sterrenchefs van de Bourgogne!
Nou viel dat laatste wat tegen. Of eigenlijk ook weer niet. Ik wilde zeggen: de chefs waren er zelf helemaal niet bij, terwijl dat nou juist zo leuk zou zijn geweest. Anderzijds had dat ook helemaal niet gepast in de status van deze supersterren, die zich natuurlijk niet verlagen tot handje klap met het gepeupel, zoals hun tegenvoeters in Holland gemakkelijk wel zouden doen.
Maar goed, er was toch heel wat vaatwerk te zien. Van bij voorbeeld Brasserie Georges in Chalon-sur-Saone (75 km van Bellevue), waar driesterren-chef Georges Blanc een vinger in de pap heeft. En van Frédéric Doucet van het voortreffelijke Hotel de la Poste (*) in Charolles. Of de getalenteerde Romain Détot van Les Gourmets Restaurant in Marsannay la Côte. Borden namen ze mee en soepkommen en bestek en wijnkoelers en servetten en kandelaars en dienbladen en zilveren schalen en champagnebekkens en een compleet receptiemeubel en eierdoppen en wat eigenlijk niet? En al die honderden bezoekers maar staren en zich vergapen en strelen en de buidel trekken. Want als je dan een stel champagne-emmer of een boterbakje of van mijn part een oude pepermolen koopt, dan straalt de status van de sterrenchef ook een beetje op jou af. Als je staat te modderen in je eigen keukentje... Wat wij van Maison Bellevue ons aanschaften? Even denken... Uhhh, twee champagne-emmers en een boterbakje. Oh ja, plus de oude pepermolen van Romain Détot. En nou kokkerellen maar. En iedereen ons maître noemen.