woensdag 22 december 2010

In Memoriam: Henrie Boulle


Na een kort ziekbed is buurman Henrie Boulle vanmorgen - woensdag 22 december - overleden. Hij werd 85 jaar.
Henrie heeft vanaf het moment dat wij Maison Bellevue in september 1998 kochten, 'bij het servies' gehoord. Voordat wij zelf vanaf juli 2005 permanent in Frankrijk gingen wonen, was hij min of meer de regisseur van Bellevue. Geen wonder, hij woonde er al met al meer dan 35 jaar, waardoor het complex, waarvan hij zelf uiteraard maar een deel officieel huurde, compleet onder zijn jurisdictie viel.
Zoals alle gasten hebben kunnen zien, was de moestuin zijn lust en zijn leven. Tot en met afgelopen zomer heeft hij zich er met hart en ziel aan gewijd, maar het was hem niet gegund in het harnas te sterven. Henrie Boulle overleed in het ziekenhuis van Dijon, waar hij begin november werd geopereerd aan darmkanker.
Een week geleden nog zag ik hem in een droom tussen zijn groentebedden lopen, in een mooie nieuwe, blauwe tuinbroek. Hij was klaarblijkelijk in zijn knollentuin. Moge hij zich nu ook zo voelen.
Bellevue, 22 december
Elly en Jurriaan

zondag 19 december 2010

May your paths all shine like crystal

may your skies always be blue

may you find a bed to sleep in

and may you find a lover too

May you spend a merry X-mas

may you track a white reindeer

may its name of course be Rudolf

and may he guide you through the year

(vrij naar Bob Dylan)

Joyeux Noël et une bonne année tout le monde!!!

Elly en Jurriaan, Ballet, Belle en Beau


woensdag 15 december 2010

Bernardus, Maria en de kruistocht

Bernard van Clairveaux, bij ons beter bekend als de Heilige Bernardus, bleek een enorme overredingskracht te hebben, waarmee hij keizers, koningen en zelfs pauzen voor zich wist te winnen. Maar ook eenvoudige stervelingen, via zijn geliefde Maria.

Bernard was niet alleen een groot denker, maar tevens een geweldig redenaar, die meer dan 500 preken op zijn naam heeft staan en 350 brieven. En dan hebben we het niet over eenvoudige schrijfsels, maar over doorwrochte epistels, waarmee je een pinguin overreedt een bikini te dragen. Die eigenschap bezorgde hem (Bernard, niet die pinguin) roem tot ver over de grenzen en veel geestelijke en wereldse leiders riepen zijn hulp in. Om het schisma te beslechten tussen de twee pauzen die Europa toen kende, bijvoorbeeld. Om koningen over te halen tot de kerk toe te treden en keizers te bekeren tot het ware geloof.

Was het daarom dat de met Bernard bevriende paus Eugenius III, de latere heilige vroeg in 1146 tot de Tweede Kruistocht op te roepen? Een kruistocht die de moslims moest verjagen uit de juist door hen ingenomen stad Edessa in het Heilige Land? Bernardus gaf gehoor aan het verzoek van de paus en reisde naar de pelgrimsstad Vezelay, op 70 km afstand van Bellevue...

Nu is Vezelay ook zonder die historische gebeurtenis zeer de moeite waard. In de negende eeuw al bouwden nonnen een klooster aan de voet van la colline éternelle, de heuvel van de

eeuwigheid waarop Vezelay nu ligt. Korte tijd later werden zij gevolgd door monniken, die het hogerop zochten en bovenop de heuvel hun abdij bouwden. De twaalfde eeuwse basiliek die daar nu staat (gewijd aan Maria Magdalena, van wie relieken in de crypte en in de sokkel van haar standbeeld worden bewaard) is van een indrukwekkende soberheid, die prima bij Bernard paste. Maar ook het stadje aan de voet ervan is prachtig. Religieuze winkeltjes en musea, pelgrimshuizen en kroegjes, galeries en restaurants wisselen elkaar af, alle in middeleeuwse sfeer.


Maar we dwalen af, dus terug naar die Tweede Kruistocht die vanuit Vezelay vertrok. Op 31 maart van het jaar 1146 kwam op een veldje halverwege la colline éternelle een grote menigte bijeen, onder wie koning Louis VI. Het was echter niet deze Franse vorst voor wie het volk samen dromde, maar Bernardus. Zijn roem zal hem vooruit zijn gesneld, zeker. Maar misschien was het ook wel zijn visie op het geloof die juist veel gewone mensen naar de bijeenkomst lokte. Want anders dan de katholieke leer tot dan toe, die vooral collectiviteit predikte, waarin de goegemeente niets persoonlijks ervoer, riep Bernard op tot een individuele beleving van het geloof. Mensen van vlees en bloed konden zich volgens de abt via tussenkomst van de Maagd Maria rechtstreeks tot God wenden. Deze persoonlijke benadering en de aanzienlijke rol van Maria daarin, zal in de eeuwen die volgen de harten van vrijwel alle katholieke gelovigen veroveren. Tot aan het warm kloppend hart van Gerard Reve toe, die Maria immers vereerde als geen ander.

Enfin, dat veld – mooi glooiend, zodat iedereen de abt van Clairveaux en beschermeling van vorstenhuizen en pauzen goed kon zien – dat is ook vandaag de dag nog te bezoeken. Een groot maar simpel houten kruis markeert de plaats waar Bernard zal

hebben gestaan. In de verpletterende stilte van de locatie hoor je hem bijna preken. Spreken over de val van de stad Edessa en over de angst dat ook Jeruzalem zal vallen. Over de noodzaak om een vuist te maken tegen de agressie van de bezetters en daartoe de handen ineen te slaan... En als je je ogen sluit, dan zie je bijna hoe honderden mannen en jongens op Bernard van Claiveaux afstapten om een stukje stof te ontvangen dat ze tot een kruisje vouwden en op hun kleding speldden, om aldus 'gewapend' te beginnen aan de Tweede Kruistocht. Je ziet bijna hoe Bernard tenslotte, als de stof om uit te delen is opgeraakt, de bovenzijde van zijn sobere mantel afscheurt en van deze witte doek nieuwe lapjes snijdt. Alleen wel jammer dat die vermaledijde kruistocht op niks uitdraaide...

Toen in 1217 in opdracht van die andere heilige, Franciscus van Assisi, een handvol Franciscaner onniken neerstreek op de heuvel van de eeuwigheid, toen kregen zij een plek toegewezen precies bij het veldje waar de Heilige Bernardus predikte. Daar stond inmiddels een simpele gebedskapel, waar de nieuwkomers een klein onderkomen naast bouwden, dat ook nu nog door Franciscanen wordt bewoond. De Italiaanse gasten van Vezelay zullen ook in 1217, ruim zestig jaar na de dood van Bernard van Clairveaux, de kracht van diens woord nog hebben gevoeld. Want in weerwil van hun eigen abt in Assisi, droegen zij de gebedskapel op aan de Heilige Bernardus.


dinsdag 14 december 2010

Fontenay: de schaduw van Bernard

Leven en werken van de Heilige Bernardus hebben zich afgespeeld in de Bourgogne. Niet per se op Bellevue, maar in de buurt. Dat dan weer wel.

Nauwelijks een turf hoog, verliet Bernard op 9-jarige leeftijd zijn ouderlijk huis om in het nabij gelegen Châtillon-sur-Seine bij de kanunniken in de leer te gaan. Toen tien jaar later zijn moeder overleed, was haar zoon zo verknocht aan het geloof dat hij overwoog monnik te worden. Dat gebeurde uiteindelijk in het jaar 1113, toen Bernard toetrad tot het klooster van Cîteaux, dicht bij Dijon. Deze relatief jonge abdij, vijftien jaar eerder opgericht door Robert van Molesme, wilde de strenge leer van de Heilige Benedictus in oude luister herstellen, als reactie op de rijkdom die veel andere kloosters (onder meer dat van het eveneens Bourgondische Cluny) nastreefden. De orde zou die van de Cisterciënzers gaan heten, naar het Latijnse woord voor Cîteaux: Cistercium.

In dit klooster zou Bernards ster snel rijzen. Hij bleek een begenadigd spreker en schrijver, met zeer veel overredingskracht. En met die kracht overtuigde hij zijn medemens van de noodzaak sober te leven, omdat de monnik 'alleen in de woestijn van het brandend witte licht, zonder kleur en zonder afbeeldingen, in contact kan komen met God'.

Omdat Citeaux een beetje vol werd, werd Bernard na drie jaar al samen met een dozijn monniken uitgezonden om elders een nieuw klooster te stichten. Dat werd Clairveaux in de Vallée d'Absinthe, waar hij de rest van zijn leven abt zou blijven.


Wie een goede indruk wil krijgen van de manier waarop de Cisterciënzers in de tijd van Heilige Bernardus leefden, kan uiteraard naar Clairveaux gaan, maar daar ligt een teleurstelling op de loer. Er staan nog slechts enkele oude gebouwen overeind, de rest is nieuw. Beter is het wellicht naar de abdij van Fontenay af te reizen, die in 1119 werd gesticht door monniken die door Bernard van Clairveaux op pad waren gestuurd om op hun beurt een nieuwe plek te vinden.
Dat werd een vallei iets ten noordoosten van Montbard, waar in een luttel aantal jaren
een kloostercomplex uit de grond werd gestampt.

Wie de plaats nu bezoekt, raakt vooral onder de indruk van de grootschaligheid én de intense soberheid ervan. Met name in de kerk, 30 meter hoog 'slechts' en 66 meter lang, is geen spoor te vinden van de gebruikelijke rooms-katholieke pracht en praal. Geen kleuren, geen beelden, geen vloertegels, niets mocht het oog van de monniken afleiden van God.

Het regime van Bernardus was zó streng, dat hij er zelf bijna aan onderdoor ging. In Clairveaux

al werd de abt ziek van de ontberingen die hij en zijn orde leden en in Fontenay was het regime niet milder. Integendeel: slechts enkele vertrekken van het enorme complex werden verwarmd. De keuken natuurlijk, en van daaruit via een luchtstroom ook de ziekenboeg en de 'inktkamer'.

De monniken namelijk, maakten hun met de hand geschreven en versierde geschriften in de

bibliotheek naast deze inktkamer. Wanneer het in de winter meer dan twintig graden vroor, dan mochten ze om de zoveel tijd hun potje inkt naar die kamer brengen waar het vocht moest ontdooien. En de van reuma, kou en vocht gekromde handen even konden gewarmd. De bewoners sliepen ook in de winter op slechts een matje in de ijskoude slaapzaal, die nog altijd intact is en waar de kilte tastbaar wordt. Fontenay, dat is de schaduw van Bernard...

Nodeloos te zeggen dat veel overredingskracht nodig was om de kloosterorde in dit strenge regime te houden. Een overredingskracht die Bernardus van Clairveaux bezat en die hij nog zou aanwenden in Vezelay.

Wordt vervolgd...



Op zoek naar de kleine Bernard

In de donkere dagen voor Kerst is het zo gek nog niet wat aandacht te besteden aan het Christendom in Bourgondië. Niet dat we de EO-jongerendag gaan organiseren op Bellevue, maar er valt nog wel wat religieus te verhapstukken in de buurt. Waarbij de persoon van Heilige Bernardus – die zijn hele leven woonde en werkte in de Bourgogne – centraal staat.

Wie vanuit Bellevue het mooie Dijon bezoekt (85 km), doet er goed aan een kleine bedevaart te ondernemen naar Fontaines-lès-Dijon, een charmant gehucht dat inmiddels tegen de hertogenstad ligt aan geplakt. Helemaal op de top van de bult die het gehucht vormt, staat een kerk die is gewijd aan Sint Bernard (niet te verwarren met de gelijknamige hond; die is genoemd naar de Sint Bernhardpas, die zijn naam weer ontleent aan Bernhardus van Menthon, maar dat alles terzijde).Die bult dus is de plek waar de kleine Bernard in 1090 het levenslicht zag. Hij

werd geboren in een adellijk nest: zijn vader was heer van Fontaines en zijn moeder kwam van het huis van Montbard (inderdaad, waar nu de TGV stopt, maar laten we niet afdwalen naar wereldse zaken). Het was een omvangrijk gezien, waarin de kleine Bernard groot groeide, met in het totaal zes zonen en één dochter. Een godsvruchtig gezin was het ook: uiteindelijk zouden alle gezinsleden

toetreden tot het klooster, inclusief pa.Wie nu Fontaines-lès-Dijon bezoekt, vindt van dat ouderlijk huis van Bernard uiteraard niets meer terug. En toch is de sfeer er wel bijzonder. Door de sobere kapel die iets onder het hoogste punt van de heuvel werd neergezet. In al zijn eenvoud ligt dit bescheiden kerkje nog het dichtst bij Bernard zelf, die later immers de ultieme soberheid zou prediken (zie straks Sint Bernardus II).

Echt bovenop de bult van Fontaines staat een

nogal megalomane kerk, met ernaast een galerij waarin weer twee gebedskapellen zijn ondergebracht. Hier tussenin is een marmeren tableau ingemetseld in de muur, met daarop - in het Latijn - een aan Bernardus opgedragen tekst. In een nis links staat bovendien een beeld van de heilig, in sobere pij en met een curcifix en een papierrol. Hij was immers van de brieven, maar ook daarover later.

Aan de andere kant van de galerij staat nog een klein woonhuis. De verleiding is groot te fantaseren dat de kleine en leergierige Bernard, die al op 9-jarige leeftijd zou afreizen naar Châtillon-sur-Seine om door de kanunniken te worden opgeleid, hier heeft geslapen. Maar dat is onzin, want de woning is negentiende eeuws. Bernard deed op z'n best als joch van een jaar of zes een tukkie in het gras voor het huis, onder de blauwe hemel. Dezelfde hemel die Fontaines-lès-Dijon en ons nog altijd overspant.

Wordt vervolgd...

maandag 15 november 2010

Tussen Emily Dickinson en Cherry Duyns

In het Schagense Boekencafé DeLuxe wordt maandelijks een literaire avond gehouden. Oktober was gewijd aan de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (niet persoonlijk present want gestorven op 15 mei 1886), december is er even niets (Sinterklaas vergt al genoeg rijmelarij) en in januari komt Cherry Duyns vertellen wat hij allemaal te vertellen heeft. En dat is veel.

Tussen die twee grootheden in mag ik - Jurriaan - woensdag 24 november een avond culinaire verhalen voordragen. Of eigenlijk: liedjes en verhaaltjes waarin de cirkel als stijlvorm wordt gehanteerd. Vertellingen dus die min of meer eindigen zoals ze begonnen. Net als het leven zelf trouwens: uit stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Maar nog even niet in Schagen, alsjeblieft. Eerst maar eens een paar chansons van eigen hand en hart laten horen, die deze cirkelgang als leidraad hebben. En afleveringen voorlezen uit mijn culinaire gids 'Over de Tong II, íemand moet het doen', die in 2008 verscheen. Daarin is doorgaans hetzelfde kunstje te zien, al zal ik in Schagen - aan de hand van de oude Grieken, het Christendom, de psychologie en de compositieleer, maar dát ga ik hier niet allemaal verklappen - hopelijk 'bewijzen' dat het eigenlijk meer is dan zomaar een kunstje.

Na de pauze zal het programma van Boekencafé DeLuxe gewijd zijn aan verhalen uit 'Het lieve leven van de familie Kaas', het lees-, kook- en smulboek dat ik samen met Neêrlands kaaskeizerin Betty Koster schreef. En alleen praten over kaas (en wijn) is niet genoeg voor een culinair journalist. We gaan dus ook proeven van kaas en nippen van bijpassende dranken. Want dat is toch het lieve leven, zeker ook in Schagen...

Boekencafé De Luxe is gevestigd in 't Oude Slot, Markt 21 te Schagen. De zaal is open om vanaf 19.00 uur, het programma start om 20.00 uur. Kaarten à 7 euro (6 euro voor CJP/Pas 65+) zijn te bestellen via email: josewit@quicknet.nl.

Goed beschouwd

Het is mal hoe een huis - een oud huis, geen premie A-woning - je na jaren nog kan verrassen. Neem Maison Bellevue, toch al weer sinds september 1998 in ons bezit. We dachten dat we elke hoek, iedere vierkante centimeter van het huis wel onder handen hadden gehad. Want overal vind je sporen van ons bloed, ons zweet, onze tranen.

Bloed, zweet en tranen op de balken van het Franse plafond in de woonkamer, dat samen met Peter en Rob eerst helemaal kaal werd geschaafd en inmiddels door Elly weer is geschilderd.
Op de muren, eigenhandig gestuct, die alle kleuren hebben gehad van de regenboog. Totdat Elly Marokkaanse verfpoeders ontdekte en de rust nu lijkt gevonden.
Op de vloeren, waar ooit tegels werden gesopt en geboend, waar vloerdelen werden kaalgeschuurd en gelakt en geschilderd en kaalgeschuurd, totdat er de oude houten delen op werden gespijkerd die ooit het plafond van een Rotterdamse machinefabriek vormden. Zo schrijft het huis nieuwe historie...

Goed, elke vierkante centimeter aangepakt dus, inclusief de haardpartij achter de trouwe Jotul-kachel. Totdat opeens de vraag rees: wat zou er ónder al die stuclagen zitten, onder al die kleuren verf?
's Morgens nog maakten we stomtoevallig foto's van hoe het was (helemaal bovenaan), 's middags namen we beitel en hamer ter hand om achter de façade te kijken. Eerst maar eens een klein hoekje afgebikt en verdraaid, er kwam grijs-geel graniet tevoorschijn. Vervolgens de kangohamer gepakt en - op de pantoffels want het begon zo onschuldig! - de omlijsting met grof geweld te lijf. De steunbeer rechts was al gauw kaal tot op het natuursteen, waaruit bleek dat Maison Bellevue ooit zo'n Bourgondische schouw had gehad, inclusief de granieten 'wangen' waarop vroeger de horizontale balk (vaak van hout, soms van steen) bóven de open haard rustte. Die wangen waren ooit half weggeslagen, de balk boven het vuur werd verwijderd en de hele boel gestuct. Lekker strak...


Na beide staande dragers van de schoorsteen te hebben ontmanteld (letterlijk en figuurlijk), was het de beurt aan de liggende balk, die we er destijds zelf tegenaan bouwden om althans nog een beetje het gevoel van een schouw te krijgen. Onder die halfronde boomstam van ons kwam nog het oude granol te voorschijn, waarmee het huis in 1998 vol zat. Jaren zeventig. Ónder het gepiekte gips bleken grote rossige bakstenen aangebracht, waarmee het oude schoorsteenkanaal werd afgedicht toen de open haard een dichte harad werd. Warme kleuren, die een mooi contrast vormen met het grijze graniet van de zijbeuken.

Maar wat zou er onder het stucsel zitten bínnen de lijsten van de oude vuurplaats? Elly is in zo'n geval nooit te benauwd om dat te onderzoeken. En jawel, ook hier kwam natuursteen naar voren: de oude achterwand van de open haard, geheel opgetrokken uit grote blokken bruingrijs graniet. Met links onderin een dichtgemetselde ruimte. Een oude oven? Neen, volgens vriendin Joke het gat waarin vroeger de nog smeulende takken in werden gelegd waarmee de direct erboven aangebracht broodoven werd heet gestookt. Dikke bossen twijgen verdwenen daarin, totdat de kleine overruimte een hitte had van 350 graden Celsius. Vervolgens werden de smeulende vuurresten eruit geschept en in dat onderste vak gegooid (geen warmte verliezen), waarna het brood in de nog loeihete oven kon worden gaar gebakken.





Enfin, Maison Bellevue heeft nu haar antieke schouw. Een gehavende schouw weliswaar, maar eentje die daardoor des te meer verhalen vertellen kan. Over vroegere culturen en ouderwetse zeden. Over veranderde gewoonten en modernere smaken. Goed beschouwd: verhalen over het leven zelf.

PS. Het was geen goed idee om de kachel aan te steken tijdens de ontmanteling van de schouw...




donderdag 11 november 2010

Een tuiltje reacties van onze gasten





Ofschoon we momenteel geen echt gastenboek hebben voor Maison Bellevue of Maison Perdue, laten veel mensen een berichtje achter. Of een presentje. Of een mooie tekening. Of een nostalgische kaart van verliefde duiven op het Place du Tetre in Parijs. Nota bene op de dag dat we twintig dozen 'Le Croix du Tetre' hadden aangeschaft als huiswijn voor 2012?!?


Hartverwarmend al die reacties, die we eigenlijk niet voor onszelf willen houden.


Neem Aafko, Cindy en Niels, die altijd een hartelijke brief achterlaten, compleet met tekening: 'Bedankt voor weer twee fantastische weken in jullie prachtige Maison Bellevue. We zijn erg onder de indruk van de nieuwe bron...'


Marcel en Mirella hadden een week lang slecht weer, maar vonden het toch fijn. 'De extreme koude (5 graden!) werd verlicht en verwarmd door jullie hartelijkheid en warme zorg, in de vorm van voldoende hout, petroleum, lekkere hapjes en wijn, gezellige momenten!'


Merel, Kasper en de kleine Karlijn hadden juist goed weer, getuige hun brief: 'Wat een geweldige vakantie hebben we mede dankzij jullie ervaren. Douchen met kip-uitzicht, prachtig weer, een knus huisje, heerlijk welkomstdiner, ultieme rust en gastvrijheid. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.'

Van Frans Tromp, één van de beste trekzakspelers van Nederland, kreeg ik harmonicalessen als dank voor het verblijf in Perdue.


En Stella en Clemens uit Heemskerk, voor de tweede keer bij ons met hun ouders Jan en Saskia, maakten prachtige tekeningen en schreven erop: 'Ik vond het heel fijn bij jullie.'

Elise en Jaques 'hebben het heerlijk gehad in het allerliefste huisje van héééél Frankrijk... Jullie hebben voor een idyllische sfeer gezorgd.'



Christ en Karin kwamen aanzetten met een zwaluwnestje als cadeautje, om onze zomerhuisje nóg idyllischer te maken.


Bij Karin en Lex gaat de liefde een beetje door de maag. 'Fijn diner op de aankomstdag en tevens alle kleine attenties zoals wijntje lurken, eitjes en de heerlijke crème brûlée!'


Van Antoine Berghs uit Maastricht, die samen met Myriam in Perdue logeerde, kregen we een schitterend boek cadeau over de gave kunstwerken die Berghs jr. maakt: 'Why return to places while one could proceed endlessly'. Dan denk je: die komen dus niet meer terug, maar dat doen ze juist wel!


Net als vader Piet Berghs en zijn vrouw Leny, in Maison Perdue om hun 40-jarig huwelijk te vieren, die hún indrukwekkende kunstboek meebrachten onder de simpele titel 'Beeldhouwer'.


Marion en Ton waren ook blij: 'Eigenlijk willen we niet meer weg uit jullie prachtige, inspirerende, genoeglijke Maison Perdue.'



Het grappigste presentje kwam wel van Bert en Ira. Stappen we de tuin in van Maison Perdue, staat daar een mevrouw-in-rode-bolletjesjurk gebukt tussen de muntplanten?! Dat is dus Cybille (let op de woordspeling), die Bert zelf maakte. Van de winter overnacht ze even binnen, maar volgend jaar staat ze weer in de tuin. En we hopen dat iedereen een keertje komt kijken!



Bedankt voor alle hartelijkheid!


Elly en Jurriaan

zondag 31 oktober 2010

Het roer om


'Het roer om' was de titel van de eerste serie documentaires over mensen die huis en haard verkochten in Holland, om zich ergens ver weg hun geluk te beproeven. Mooie tv, in het begin, met mooie verhalen. Over mensen die een huis in Frankrijk kochten dat vrijwel instortte. Of een woning in Italië die op papier niet bleek te bestaan. Later boette 'Het roer om' - net zoals veel ervan afgeleide series - ernstig aan kwaliteit in, omdat je zág dat de slachtoffers door de tv-regisseur werden opgestookt om hun project toch vooral (bijna) niet te laten slagen...

Vrijwel iedereen die nu Bellevue bezoekt, merkt hetzelfde op: 'Oh jullie deden wat ze in 'Het roer om' ook altijd doen'. Waarop wij ons haasten te zeggen dat de aankoop van Maison Bellevue weliswaar een spontane actie was (in drie dagen gepiept), maar dat we in alle jaren daarna langzaam en weloverwogen naar onze eigenlijke verhuizing en inburgering zijn toegegroeid. Door een beetje Frans te leren spreken en boodschappen te doen in het dorp. Door ons aan te melden bij het feestcomité van Moux en harmonica te spelen tijdens de jaarlijkse vide grenier (letterlijk: lege zolder). Door de gemeente te helpen met vertalingen en onze Franse vrienden te laten delen in ons geluk.

Enfin, na de eerste vijf jaar verhuur, gaat bij ons het roer dan toch om. Nou ja, een beetje dan. Want mochten onze gasten tot nu toe rekenen op een uitgebreid welkomstmaal op de zaterdag van aankomst, de mensen die we vanaf komend seizoen zullen ontvangen, krijgen een tikkie minder te verstouwen. Op hun eigen verzoek trouwens, want veel fans van Bellevue hebben aangegeven dat vier gangen wel een beetje veel was, na zo'n lange reis. Maar ze hoefden toch niet alles op te eten? Nee, maar daar was het nou weer te lekker voor...

Vanaf 2011 vergasten we onze oudgedienden en nieuwkomers dus graag op een welkomsthapje en een welkomstdrankje. Lekker informeel, samen in onze bistro Moux-sur-Mer. Glaasje crémant met Elly's beroemde cougères (soesjes), verse quiche met mooie witte wijn, zelfgemaakte pisaladière en een stevig glas rood en tot slot een stuk tarte Tatin met een slokje Banyuls. Of heel andere heerlijkheden, dat hangt van de luim van de dag af. En natuurlijk van de seizoenen.

Het voordeel? Dat iedereen minder zwaar hoeft uit te buiken en 's morgens ook weer wat blieft. Dat gasten van Bellevue en Perdue ongedwongen kunnen kennismaken zonder meteen te hoeven 'aanzitten'. En er is een pluspunt voor ons: we kunnen er eens even bij komen, om mee te proosten. Kijk, da's wel het leukste van 'het roer om'.

woensdag 13 oktober 2010

Kabouter Spillebeen en de cêpes



Nu het stof van de trekzaknootjes is neergedaald, zetten we het op een zingen. Want in het bos achter Bellevue stikt het van de paddenstoelen. En elke keer als je zo'n rode ziet met witte stippen, zit je een dag lang met die verdomde Spillebeen in het hoofd. Nog even voor wie de tekst was vergeten: 'Op een grote paddenstoel/rood met witte stippen/zat kabouter Spillebeen/heen en weer te wippen/'KRAK' zei toen die paddenstoel/met een diepe zucht/en zijn beentjes vlogen/hoepla, in de lucht'. Wat een dommigheid...


Gelukkig zijn er ook andere zwammen te zien in de wouden van de Morvan. Wat heet, complete heksenkringen vind je er, zoals die van nevelzwammen op bijgaande foto. In vroeger tijden werd verondersteld dat binnen zo'n kring de heksen vergaderden. Overigens kunnen heksenkringen eeuwen oud worden en uiteindelijk een diameter van honderden meters bereiken.



Eenmaal hebben we een inktviszwam ontdekt, die zich kenmerkt door tentakels met schijnbaar zuignappen erop en een vuurrode kleur. Het is geen inheemse paddenstoel. Sporen ervan zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog door Australische geallieerden zijn meegevoerd onder hun soldatenkistjes...



Eetbare paddenstoelen vinden we ook veel op onze wandelingen door het bos en langs de weiden. Zo hebben we al vele tientallen grote parasolzwammen op onze eigen schapenweitjes geoogst en verorberd. Een heerlijke zwam (foto hiernaast), waarvan de hoed met lamellen wel 25 cm breed kan worden. In de zomer hebben we een aantal malen cantharellen gevonden. Die herken je eenvoudig: ze zijn mooi oranje van kleur en hebben een trompetvormige kelk met een rafelige bovenrand. Bovendien lopen de lamellen door tot in de steel. Erg smakelijk.



Ronduit spectaculair zijn de grote, bolvormige ruitjesbovisten die in het gras van de weilanden groeien. Vette witte bollen, die op den duur bruin worden, openbarsten en dan hun sporen in de vorm van ragfijn bruin stof laten wegwaaien met de wind. Als ze nog jong zijn echter en hagelwit, is het binnenste eveneens wit en vast van structuur. In die toestand zijn ze goed eetbaar, zij het dat je ze in dunne plakjes moet snijden en hard bakken, omdat het vruchtvlees anders te week en sponzig is.



Lekker zijn ook de zogeheten berkenboleten, maar de koning van de paddenstoelen is - even afgezien van de truffel, die in de Morvan niet groeit - de cêpe (foto). Bij ons beter bekend als eekhoorntjesbrood, is hij goed herkenbaar aan de piepkleine verticale buisjes onder zijn hoed. Dat geeft aan dat het een boleet is en de meeste daarvan zijn goed eetbaar. Met uitzondering van de satansboleet, de heksenboleet en nog een paar lelijkerds.



Tot slot dan die rode vliegenzwam met z'n witte stippen. Er zitten giftige stoffen in, maar toch eten mensen ze wel. Hij is namelijk sterk hallucinerend. Dus die kabouter Spillebeen, da's gewoon een junk.