dinsdag 14 december 2010

Op zoek naar de kleine Bernard

In de donkere dagen voor Kerst is het zo gek nog niet wat aandacht te besteden aan het Christendom in Bourgondië. Niet dat we de EO-jongerendag gaan organiseren op Bellevue, maar er valt nog wel wat religieus te verhapstukken in de buurt. Waarbij de persoon van Heilige Bernardus – die zijn hele leven woonde en werkte in de Bourgogne – centraal staat.

Wie vanuit Bellevue het mooie Dijon bezoekt (85 km), doet er goed aan een kleine bedevaart te ondernemen naar Fontaines-lès-Dijon, een charmant gehucht dat inmiddels tegen de hertogenstad ligt aan geplakt. Helemaal op de top van de bult die het gehucht vormt, staat een kerk die is gewijd aan Sint Bernard (niet te verwarren met de gelijknamige hond; die is genoemd naar de Sint Bernhardpas, die zijn naam weer ontleent aan Bernhardus van Menthon, maar dat alles terzijde).Die bult dus is de plek waar de kleine Bernard in 1090 het levenslicht zag. Hij

werd geboren in een adellijk nest: zijn vader was heer van Fontaines en zijn moeder kwam van het huis van Montbard (inderdaad, waar nu de TGV stopt, maar laten we niet afdwalen naar wereldse zaken). Het was een omvangrijk gezien, waarin de kleine Bernard groot groeide, met in het totaal zes zonen en één dochter. Een godsvruchtig gezin was het ook: uiteindelijk zouden alle gezinsleden

toetreden tot het klooster, inclusief pa.Wie nu Fontaines-lès-Dijon bezoekt, vindt van dat ouderlijk huis van Bernard uiteraard niets meer terug. En toch is de sfeer er wel bijzonder. Door de sobere kapel die iets onder het hoogste punt van de heuvel werd neergezet. In al zijn eenvoud ligt dit bescheiden kerkje nog het dichtst bij Bernard zelf, die later immers de ultieme soberheid zou prediken (zie straks Sint Bernardus II).

Echt bovenop de bult van Fontaines staat een

nogal megalomane kerk, met ernaast een galerij waarin weer twee gebedskapellen zijn ondergebracht. Hier tussenin is een marmeren tableau ingemetseld in de muur, met daarop - in het Latijn - een aan Bernardus opgedragen tekst. In een nis links staat bovendien een beeld van de heilig, in sobere pij en met een curcifix en een papierrol. Hij was immers van de brieven, maar ook daarover later.

Aan de andere kant van de galerij staat nog een klein woonhuis. De verleiding is groot te fantaseren dat de kleine en leergierige Bernard, die al op 9-jarige leeftijd zou afreizen naar Châtillon-sur-Seine om door de kanunniken te worden opgeleid, hier heeft geslapen. Maar dat is onzin, want de woning is negentiende eeuws. Bernard deed op z'n best als joch van een jaar of zes een tukkie in het gras voor het huis, onder de blauwe hemel. Dezelfde hemel die Fontaines-lès-Dijon en ons nog altijd overspant.

Wordt vervolgd...

maandag 15 november 2010

Tussen Emily Dickinson en Cherry Duyns

In het Schagense Boekencafé DeLuxe wordt maandelijks een literaire avond gehouden. Oktober was gewijd aan de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (niet persoonlijk present want gestorven op 15 mei 1886), december is er even niets (Sinterklaas vergt al genoeg rijmelarij) en in januari komt Cherry Duyns vertellen wat hij allemaal te vertellen heeft. En dat is veel.

Tussen die twee grootheden in mag ik - Jurriaan - woensdag 24 november een avond culinaire verhalen voordragen. Of eigenlijk: liedjes en verhaaltjes waarin de cirkel als stijlvorm wordt gehanteerd. Vertellingen dus die min of meer eindigen zoals ze begonnen. Net als het leven zelf trouwens: uit stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Maar nog even niet in Schagen, alsjeblieft. Eerst maar eens een paar chansons van eigen hand en hart laten horen, die deze cirkelgang als leidraad hebben. En afleveringen voorlezen uit mijn culinaire gids 'Over de Tong II, íemand moet het doen', die in 2008 verscheen. Daarin is doorgaans hetzelfde kunstje te zien, al zal ik in Schagen - aan de hand van de oude Grieken, het Christendom, de psychologie en de compositieleer, maar dát ga ik hier niet allemaal verklappen - hopelijk 'bewijzen' dat het eigenlijk meer is dan zomaar een kunstje.

Na de pauze zal het programma van Boekencafé DeLuxe gewijd zijn aan verhalen uit 'Het lieve leven van de familie Kaas', het lees-, kook- en smulboek dat ik samen met Neêrlands kaaskeizerin Betty Koster schreef. En alleen praten over kaas (en wijn) is niet genoeg voor een culinair journalist. We gaan dus ook proeven van kaas en nippen van bijpassende dranken. Want dat is toch het lieve leven, zeker ook in Schagen...

Boekencafé De Luxe is gevestigd in 't Oude Slot, Markt 21 te Schagen. De zaal is open om vanaf 19.00 uur, het programma start om 20.00 uur. Kaarten à 7 euro (6 euro voor CJP/Pas 65+) zijn te bestellen via email: josewit@quicknet.nl.

Goed beschouwd

Het is mal hoe een huis - een oud huis, geen premie A-woning - je na jaren nog kan verrassen. Neem Maison Bellevue, toch al weer sinds september 1998 in ons bezit. We dachten dat we elke hoek, iedere vierkante centimeter van het huis wel onder handen hadden gehad. Want overal vind je sporen van ons bloed, ons zweet, onze tranen.

Bloed, zweet en tranen op de balken van het Franse plafond in de woonkamer, dat samen met Peter en Rob eerst helemaal kaal werd geschaafd en inmiddels door Elly weer is geschilderd.
Op de muren, eigenhandig gestuct, die alle kleuren hebben gehad van de regenboog. Totdat Elly Marokkaanse verfpoeders ontdekte en de rust nu lijkt gevonden.
Op de vloeren, waar ooit tegels werden gesopt en geboend, waar vloerdelen werden kaalgeschuurd en gelakt en geschilderd en kaalgeschuurd, totdat er de oude houten delen op werden gespijkerd die ooit het plafond van een Rotterdamse machinefabriek vormden. Zo schrijft het huis nieuwe historie...

Goed, elke vierkante centimeter aangepakt dus, inclusief de haardpartij achter de trouwe Jotul-kachel. Totdat opeens de vraag rees: wat zou er ónder al die stuclagen zitten, onder al die kleuren verf?
's Morgens nog maakten we stomtoevallig foto's van hoe het was (helemaal bovenaan), 's middags namen we beitel en hamer ter hand om achter de façade te kijken. Eerst maar eens een klein hoekje afgebikt en verdraaid, er kwam grijs-geel graniet tevoorschijn. Vervolgens de kangohamer gepakt en - op de pantoffels want het begon zo onschuldig! - de omlijsting met grof geweld te lijf. De steunbeer rechts was al gauw kaal tot op het natuursteen, waaruit bleek dat Maison Bellevue ooit zo'n Bourgondische schouw had gehad, inclusief de granieten 'wangen' waarop vroeger de horizontale balk (vaak van hout, soms van steen) bóven de open haard rustte. Die wangen waren ooit half weggeslagen, de balk boven het vuur werd verwijderd en de hele boel gestuct. Lekker strak...


Na beide staande dragers van de schoorsteen te hebben ontmanteld (letterlijk en figuurlijk), was het de beurt aan de liggende balk, die we er destijds zelf tegenaan bouwden om althans nog een beetje het gevoel van een schouw te krijgen. Onder die halfronde boomstam van ons kwam nog het oude granol te voorschijn, waarmee het huis in 1998 vol zat. Jaren zeventig. Ónder het gepiekte gips bleken grote rossige bakstenen aangebracht, waarmee het oude schoorsteenkanaal werd afgedicht toen de open haard een dichte harad werd. Warme kleuren, die een mooi contrast vormen met het grijze graniet van de zijbeuken.

Maar wat zou er onder het stucsel zitten bínnen de lijsten van de oude vuurplaats? Elly is in zo'n geval nooit te benauwd om dat te onderzoeken. En jawel, ook hier kwam natuursteen naar voren: de oude achterwand van de open haard, geheel opgetrokken uit grote blokken bruingrijs graniet. Met links onderin een dichtgemetselde ruimte. Een oude oven? Neen, volgens vriendin Joke het gat waarin vroeger de nog smeulende takken in werden gelegd waarmee de direct erboven aangebracht broodoven werd heet gestookt. Dikke bossen twijgen verdwenen daarin, totdat de kleine overruimte een hitte had van 350 graden Celsius. Vervolgens werden de smeulende vuurresten eruit geschept en in dat onderste vak gegooid (geen warmte verliezen), waarna het brood in de nog loeihete oven kon worden gaar gebakken.





Enfin, Maison Bellevue heeft nu haar antieke schouw. Een gehavende schouw weliswaar, maar eentje die daardoor des te meer verhalen vertellen kan. Over vroegere culturen en ouderwetse zeden. Over veranderde gewoonten en modernere smaken. Goed beschouwd: verhalen over het leven zelf.

PS. Het was geen goed idee om de kachel aan te steken tijdens de ontmanteling van de schouw...




donderdag 11 november 2010

Een tuiltje reacties van onze gasten





Ofschoon we momenteel geen echt gastenboek hebben voor Maison Bellevue of Maison Perdue, laten veel mensen een berichtje achter. Of een presentje. Of een mooie tekening. Of een nostalgische kaart van verliefde duiven op het Place du Tetre in Parijs. Nota bene op de dag dat we twintig dozen 'Le Croix du Tetre' hadden aangeschaft als huiswijn voor 2012?!?


Hartverwarmend al die reacties, die we eigenlijk niet voor onszelf willen houden.


Neem Aafko, Cindy en Niels, die altijd een hartelijke brief achterlaten, compleet met tekening: 'Bedankt voor weer twee fantastische weken in jullie prachtige Maison Bellevue. We zijn erg onder de indruk van de nieuwe bron...'


Marcel en Mirella hadden een week lang slecht weer, maar vonden het toch fijn. 'De extreme koude (5 graden!) werd verlicht en verwarmd door jullie hartelijkheid en warme zorg, in de vorm van voldoende hout, petroleum, lekkere hapjes en wijn, gezellige momenten!'


Merel, Kasper en de kleine Karlijn hadden juist goed weer, getuige hun brief: 'Wat een geweldige vakantie hebben we mede dankzij jullie ervaren. Douchen met kip-uitzicht, prachtig weer, een knus huisje, heerlijk welkomstdiner, ultieme rust en gastvrijheid. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.'

Van Frans Tromp, één van de beste trekzakspelers van Nederland, kreeg ik harmonicalessen als dank voor het verblijf in Perdue.


En Stella en Clemens uit Heemskerk, voor de tweede keer bij ons met hun ouders Jan en Saskia, maakten prachtige tekeningen en schreven erop: 'Ik vond het heel fijn bij jullie.'

Elise en Jaques 'hebben het heerlijk gehad in het allerliefste huisje van héééél Frankrijk... Jullie hebben voor een idyllische sfeer gezorgd.'



Christ en Karin kwamen aanzetten met een zwaluwnestje als cadeautje, om onze zomerhuisje nóg idyllischer te maken.


Bij Karin en Lex gaat de liefde een beetje door de maag. 'Fijn diner op de aankomstdag en tevens alle kleine attenties zoals wijntje lurken, eitjes en de heerlijke crème brûlée!'


Van Antoine Berghs uit Maastricht, die samen met Myriam in Perdue logeerde, kregen we een schitterend boek cadeau over de gave kunstwerken die Berghs jr. maakt: 'Why return to places while one could proceed endlessly'. Dan denk je: die komen dus niet meer terug, maar dat doen ze juist wel!


Net als vader Piet Berghs en zijn vrouw Leny, in Maison Perdue om hun 40-jarig huwelijk te vieren, die hún indrukwekkende kunstboek meebrachten onder de simpele titel 'Beeldhouwer'.


Marion en Ton waren ook blij: 'Eigenlijk willen we niet meer weg uit jullie prachtige, inspirerende, genoeglijke Maison Perdue.'



Het grappigste presentje kwam wel van Bert en Ira. Stappen we de tuin in van Maison Perdue, staat daar een mevrouw-in-rode-bolletjesjurk gebukt tussen de muntplanten?! Dat is dus Cybille (let op de woordspeling), die Bert zelf maakte. Van de winter overnacht ze even binnen, maar volgend jaar staat ze weer in de tuin. En we hopen dat iedereen een keertje komt kijken!



Bedankt voor alle hartelijkheid!


Elly en Jurriaan

zondag 31 oktober 2010

Het roer om


'Het roer om' was de titel van de eerste serie documentaires over mensen die huis en haard verkochten in Holland, om zich ergens ver weg hun geluk te beproeven. Mooie tv, in het begin, met mooie verhalen. Over mensen die een huis in Frankrijk kochten dat vrijwel instortte. Of een woning in Italië die op papier niet bleek te bestaan. Later boette 'Het roer om' - net zoals veel ervan afgeleide series - ernstig aan kwaliteit in, omdat je zág dat de slachtoffers door de tv-regisseur werden opgestookt om hun project toch vooral (bijna) niet te laten slagen...

Vrijwel iedereen die nu Bellevue bezoekt, merkt hetzelfde op: 'Oh jullie deden wat ze in 'Het roer om' ook altijd doen'. Waarop wij ons haasten te zeggen dat de aankoop van Maison Bellevue weliswaar een spontane actie was (in drie dagen gepiept), maar dat we in alle jaren daarna langzaam en weloverwogen naar onze eigenlijke verhuizing en inburgering zijn toegegroeid. Door een beetje Frans te leren spreken en boodschappen te doen in het dorp. Door ons aan te melden bij het feestcomité van Moux en harmonica te spelen tijdens de jaarlijkse vide grenier (letterlijk: lege zolder). Door de gemeente te helpen met vertalingen en onze Franse vrienden te laten delen in ons geluk.

Enfin, na de eerste vijf jaar verhuur, gaat bij ons het roer dan toch om. Nou ja, een beetje dan. Want mochten onze gasten tot nu toe rekenen op een uitgebreid welkomstmaal op de zaterdag van aankomst, de mensen die we vanaf komend seizoen zullen ontvangen, krijgen een tikkie minder te verstouwen. Op hun eigen verzoek trouwens, want veel fans van Bellevue hebben aangegeven dat vier gangen wel een beetje veel was, na zo'n lange reis. Maar ze hoefden toch niet alles op te eten? Nee, maar daar was het nou weer te lekker voor...

Vanaf 2011 vergasten we onze oudgedienden en nieuwkomers dus graag op een welkomsthapje en een welkomstdrankje. Lekker informeel, samen in onze bistro Moux-sur-Mer. Glaasje crémant met Elly's beroemde cougères (soesjes), verse quiche met mooie witte wijn, zelfgemaakte pisaladière en een stevig glas rood en tot slot een stuk tarte Tatin met een slokje Banyuls. Of heel andere heerlijkheden, dat hangt van de luim van de dag af. En natuurlijk van de seizoenen.

Het voordeel? Dat iedereen minder zwaar hoeft uit te buiken en 's morgens ook weer wat blieft. Dat gasten van Bellevue en Perdue ongedwongen kunnen kennismaken zonder meteen te hoeven 'aanzitten'. En er is een pluspunt voor ons: we kunnen er eens even bij komen, om mee te proosten. Kijk, da's wel het leukste van 'het roer om'.

woensdag 13 oktober 2010

Kabouter Spillebeen en de cêpes



Nu het stof van de trekzaknootjes is neergedaald, zetten we het op een zingen. Want in het bos achter Bellevue stikt het van de paddenstoelen. En elke keer als je zo'n rode ziet met witte stippen, zit je een dag lang met die verdomde Spillebeen in het hoofd. Nog even voor wie de tekst was vergeten: 'Op een grote paddenstoel/rood met witte stippen/zat kabouter Spillebeen/heen en weer te wippen/'KRAK' zei toen die paddenstoel/met een diepe zucht/en zijn beentjes vlogen/hoepla, in de lucht'. Wat een dommigheid...


Gelukkig zijn er ook andere zwammen te zien in de wouden van de Morvan. Wat heet, complete heksenkringen vind je er, zoals die van nevelzwammen op bijgaande foto. In vroeger tijden werd verondersteld dat binnen zo'n kring de heksen vergaderden. Overigens kunnen heksenkringen eeuwen oud worden en uiteindelijk een diameter van honderden meters bereiken.



Eenmaal hebben we een inktviszwam ontdekt, die zich kenmerkt door tentakels met schijnbaar zuignappen erop en een vuurrode kleur. Het is geen inheemse paddenstoel. Sporen ervan zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog door Australische geallieerden zijn meegevoerd onder hun soldatenkistjes...



Eetbare paddenstoelen vinden we ook veel op onze wandelingen door het bos en langs de weiden. Zo hebben we al vele tientallen grote parasolzwammen op onze eigen schapenweitjes geoogst en verorberd. Een heerlijke zwam (foto hiernaast), waarvan de hoed met lamellen wel 25 cm breed kan worden. In de zomer hebben we een aantal malen cantharellen gevonden. Die herken je eenvoudig: ze zijn mooi oranje van kleur en hebben een trompetvormige kelk met een rafelige bovenrand. Bovendien lopen de lamellen door tot in de steel. Erg smakelijk.



Ronduit spectaculair zijn de grote, bolvormige ruitjesbovisten die in het gras van de weilanden groeien. Vette witte bollen, die op den duur bruin worden, openbarsten en dan hun sporen in de vorm van ragfijn bruin stof laten wegwaaien met de wind. Als ze nog jong zijn echter en hagelwit, is het binnenste eveneens wit en vast van structuur. In die toestand zijn ze goed eetbaar, zij het dat je ze in dunne plakjes moet snijden en hard bakken, omdat het vruchtvlees anders te week en sponzig is.



Lekker zijn ook de zogeheten berkenboleten, maar de koning van de paddenstoelen is - even afgezien van de truffel, die in de Morvan niet groeit - de cêpe (foto). Bij ons beter bekend als eekhoorntjesbrood, is hij goed herkenbaar aan de piepkleine verticale buisjes onder zijn hoed. Dat geeft aan dat het een boleet is en de meeste daarvan zijn goed eetbaar. Met uitzondering van de satansboleet, de heksenboleet en nog een paar lelijkerds.



Tot slot dan die rode vliegenzwam met z'n witte stippen. Er zitten giftige stoffen in, maar toch eten mensen ze wel. Hij is namelijk sterk hallucinerend. Dus die kabouter Spillebeen, da's gewoon een junk.

donderdag 30 september 2010

Frans met mate(n)


Nog pakweg 48 uur en dan barst op Bellevue het zesde trekzakfestival los: Frans met mate(n). Even voor de niet ingewijden: Frans Tromp is de beroemde docent die vijf maal eerder een ploeg van ongeveer twintig harmonicaspelers aanspoorde tot grootse daden. Dat wil zeggen, al die muzikanten (het zijn er niet precies 20 hoor, er is ook aanhang bij die zich gelukig anderszins nuttig maakt) krijgen maandagochtend de partituren voor de neus die Frans in de maanden daarvoor heeft voorbereid en uitgewerkt. Vervolgens heerst er ongeveer 100 uur een kakafonie van trekzakken die door elkaar de meest vreselijke herrie maken, waarna op vrijdagavond in onze bistro Moux-sur-Mer een concert wordt gegeven en het opeens allemaal perfect klinkt. Kijk dat is de kracht van kennisoverdracht...

Dit jaar verwachten we zondag in de namiddag 20 gasten, die in en rond Bellevue een plaatsje krijgen. In tentjes op onze glooicamping, in Maison Bellevue, met campers op onze nieuwe weide, in Maison Perdue en als het even meezit tevens op onze logeerzolder.

Wat er op het muzikale programma staat is nog een complete verrassing voor iedereen (behalve voor Frans, hopelijk). Dat het culinaire programma dik voor elkaar is weet iedereen nu al. Gewoontegetrouw kookt gastvrouw Elly met haar keukenmaatjes (afwisselend Gretha en Alexandra en Barbara en Leendert en Jurriaan) de sterren van de hemel. Ook voor de uitvoering die voor vrijdag 8 oktober staat gepland: volgens de traditie staat er nasi fait à la maison op het programma, waar de Franse, Engelse, Schotse en Hollandse vrienden uit de directe omgeving volop van zullen genieten.

Kortom: wens ons allen succes. En Frans in het bijzonder!

zaterdag 11 september 2010

Wilde zwijnen op Bellevue




Sporen hadden we al veel vaker gezien in de nabije omgeving, maar nu hebben we dan toch ook nieuwsgierige wilde zwijnen op ons eigen land rond Maison Bellevue en Perdue. En we hebben ze, wat dieper in het bos, met eigen ogen kunnen zien...


Evers en reeën vormen het belangrijkste wild in de Morvan. Niet ver van ons huis woont een enkele haas - verdwaald, want die hoort in een polderland thuis - die hopelijk ooit een echtgenote vindt. Verder zie je heel soms een fazant, vaker een vos en dikwijls een das. Helaas liggen die laatste meestal dood langs de kant van de weg. Niet zo snel kennelijk en dom met oversteken.


Reeën zie je vaak tijdens wandelingen in het bos, maar wilde zwijnen loop je (behalve in opgezette vorm bij buurvrouw Le Fèvre aan de wand) niet veel tegen het lijf. Meestal zie je de sporen die ze achterlaten: omgewoelde bladeren en aarde, waar ze op zoek zijn geweest naar knollen, larven en insecten. Of gewoon pootafdrukken, herkenbaar aan de twee diepe voorhoeven en de twee ondiepe, licht naar buiten staande achterhoeven. En dan hebben we het over de afdruk van één poot, met vier 'vingers' (de vijfde zit hoger, dus die laat geen spoor na).


We hadden al eens varkens gehoord in de tuin van onze buren. Waarbij er eentje waarschijnlijk in het prikkeldraad bleef hangen met één of ander lichaamsdeel, want die maakte toch een hoop misbaar?!? Op de eigen schapenweide achter Bellevue was het vorige week ook raak. Een grote omgeploegde plek herinnerde aan vreemde gasten...


Tijd voor nader onderzoek en andermaal een vroege ochtendwandeling. Daarbij trof ik wat hoger in het bos op een stil pad een groep aan van tussen de acht en twaalf dieren, schat ik. Ik zag ze voorbijlopen met hun leigrijze-zwarte vacht, al maakte het dichte gebladerte het moeilijk ze goed te onderscheiden. Het hadden eerlijk gezegd ook olifanten kunnen zijn. Maar dat lijkt me minder waarschijnlijk.


Ik probeerde dichterbij te komen om een foto te maken, maar de dorre bladeren op de grond verraadden mij. En ofschoon die evers met z'n alle in die bladeren rondstapten en wroetten en daarbij veel meer herrie maakten dan ik, hadden ze mij toch in de gaten en kozen ze het hazenpad. Gelukkig wellicht, want een boos wild zwijn is een lelijk ding. Ze schijnen net zo lang over je heen te lopen tot je een soort tartaar bent. Om het maar eens culinair uit te drukken.


En nu maar afwachten wat er in het jachtseizoen overblijft van 'onze' wilde varkens. Ze mogen in ieder geval altijd op ons weitje komen. Om asiel te vragen.

dinsdag 7 september 2010

Van matkoppen en goudhaantjes




Je weet pas wat er vliegt rond Maison Bellevue als een kenner je erop wijst. Zo meldden onze vaste gasten Margaret en Frans en Hugo en Floris en Hedwig (ja, we hebben veel gasten) ons erop dat er liefst 31 verschillende vleermuizen rondvliegen! Geen 31 soorten, doch exemplaren, maar toch...



Dat het met de vogels rond Bellevue ook wel goed zit, leerden we van Jan Buter, die kort daarna een aantal dagen te gast was. Buter (47) groeide groot op het Drentse boerenland en weet alles van wild en van bijen en van vossen. En van vogels dus, wat genoeg reden is om een ochtendje te dauw trappen (dauw te trappen?) met deze ornitholoog.
De volgende morgen om zes uur uit de veren dus en een half uur later in het nog schemerdonker achter het huis naar boven het bos in. Onmiddellijk horen we onze huisuil kokkelend roepen. Een bosuil, herkent Jan. Het geluid van een groepje vogels een paar honderd meter verder is moeilijker te duiden. Zijn het staartmezen? Of koolmezen, die een heel repertoire aan immitaties hebben. Het is echter nog te donker om het goed te kunnen zien.


De Vlaamse gaai, waarvan het stikt rond Bellevue, hoef je niet te zien om hem te herkennen (zelfs ik niet), evenmin als de hond van de buren die in de verte aanslaat. En zelfs in de schemering laat de vlucht van een duif zich gemakkelijk raden.


Nog weer hoger worden we verrast door een heel hoog vogelgepiep. Het zou een goudhaantje kunnen zijn, dat immers de hoogste piep heeft van alle vogels, maar Buter beslist dat het een winterkoninkje is. Zij het een heel vroeg winterkoninkje, begin september...


Andermaal meldt de duif zich en even later ook een merel, terwijl de koolmees nog meer eens wat immitaties weggeeft.




Dat Jan Buter een echt natuurmens is, blijkt wel dat hij niet alleen in de gaten houdt wat boven ons vliegt, maar tevens wat zich op de grond onder onze voeten afspeelt. We zien sporen van reeën en zwijnen en van een vos. Maar het meest indrukwekkend is wel een flinke ronde pootafdruk met twee scherpe, spitse nagels. Het zou een grote boskat kunnen zijn, denkt Jan. Wat heel goed mogelijk is, want in de Morvan wonen nog altijd lynx-achtige katten, groot, met pluimpjes aan de oren en een korte staart. Ze zijn net zo zeldzaam als schuw, maar toch...


De grote bonte specht zien we even later ook voorbijkomen, net als zijn nog grotere oom, de zwarte specht. Waar de eerste een roffelend geluid laat horen in een boom (rakkatakkatakkatak) geeft de zwarte specht heel lui en rustig nu en dan een krachtige hak in het hout. TOK, TOK.... TOK.


De mooiste waarneming moet echter nog komen. Op een grote open plek strijkt een paar meter van ons af een mees neer. Nu heb je mezen in soorten en maten, zoals glanskoppen en zwartkoppen en matkoppen. Wij zien hier de laatste en als Jan het bijbehorende geluidje laat horen in zijn I-pod, dan raakt hij helemaal van de leg. De matkop, niet Jan.


Terug bij de bosjes waar we op de heenweg de andere mezenclub hoorden, blijkt inderdaad dat het een hele familie staartmezen is. Ze vliegen en kwetteren en tsjirpen er vrolijk op los, als om te bevestigen dat het mooi leven is rond Bellevue. Maar dat wisten we al.




PS. Als rechtgeaard ornitholoog heeft Jan Buter een lijstje achtergelaten met vogels die hij tijdens zijn verblijf in en rond Maison Bellevue heeft gezien en gehoord. Daar gaan we: zwaluw, witte kwikstaart, huismus (vind je het gek), vink, zwarte roodstaart, wilde eend (bij een meertje in de buurt), grote bonte specht, buizerd, bosuil, zwarte specht, Vlaamse gaai, koolmees, staartmees, roodborst, winterkoninkje, ekster, torenvalkje (op weg naar Vezelay) plus die matkop dus. En dan moeten de jaarlijks terugkerende kraanvogels nog overkomen...

vrijdag 3 september 2010

Na de pad nu de vinders



Na het vertrek van de tuinpad zijn nu de padvínders gearriveerd op Bellevue. Deze week hebben zes jongens van de Duitse Pfadfindersschaftgruppe 'Friedrich von Bodelschwingh' hun tenten opgeslagen op de weide achter Maison Perdue. Nou ja, tenten... De scouts, onder leiding van de volwassen Cornelius Schäfer, hadden één tent bij zich. En verder slaapzakken en wat aanmaakhoutjes.


Cornelius en zijn groep - jongen van 12 tot 14 jaar - waren enkele dagen eerder gestart in Saulieu. Ze lopen met zware bepakking door de heuvels en bossen en strijken neer waar ze een geschikte plaats vinden. Nooit op een camping en al helemaal niet in een hotel of gîte, maar altijd in de vrije natuur. Het enige dat de 'Von Bodelschwinghers' - de Duitser Friedrich van Bodelschwingh bekommerde zich voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog over de vele gehandicapte kinderen in Duitsland - vroegen was iets om een vuurtje op of in te stoken. Daarna werd door een deel van de jongens de tent opgezet (drie aan elkaar geregen lappen als grondzeil en nog eens drie met vier stokjes als 'tentje') en maakten de anderen het vuur aan. Met zegge en schrijve één lucifer en veel kleine houtjes en wat hooi.
In grote aluminium pannen werd vervolgens water gekookt en werden de door het lopen al tot moes geschudde tomaten verwarmd, samen met de meegebrachte ravioli. En na het eten uiteraard vroeg naar bed, want dat wil je wel na 20 km lopen met volle bepakking.


De volgende ochtend werd hun kampeerplaats alweer opgebroken en hebben Cornelius en de zijnen de weide nauwkeurig opgeruimd, om rond tien uur 's morgens te vertrekken. Met hun tent, de slaapzakken, de pannen en hun vlag. Aan het einde van de middag kwam ik ze nog tegen in Les Settons, waar ze de laatste kilometers naar een nieuwe kampeerplaats nog moesten overbruggen. Als ze die zouden vinden.


We hopen dat de scouts van Friedrich von Bodelschwing volgend jaar weer komen en dat ze dan een dagje langer blijven! Al is het maar omdat die tuinpad nog steeds niet terug is...