woensdag 28 september 2011

Napoleon en Moux-en-Morvan

Over de Morvan zijn vele verhalen te vertellen. Sommigen kunnen dat veel beter dan wij, dus wordt vandaag ruimte gemaakt voor een bijdrage van onze grote vriend Peter Schat (niet wijlen de componist, maar diens verre neef, voor de goede orde...)

Al drukte de kleine korporaal zijn bijna haarloze hoofd er slechts eenmaal in het kussen, plaatsen in Frankrijk waar Napoleon op doorreis zijn nachtrust genoot, gaan daar tot in lengte van jaren prat op. Als Napoleon er niet is geweest, stel je in dit land niets voor, als plaats.


Dichtbij Moux-en-Morvan ligt Pierre-Ecrite, zo genoemd omdat er een voormiddeleeuwse steen waarop een menselijk figuur staat afgebeeld tegen de boom naast de bushalte leunt.

OP 16 maart 1815, om één uur ’s middags, ging Napoleon in het zicht van de steen het postkantoor binnen. Geslapen had hij niet hier, de nacht had hij doorgebracht in het slot van Chissey. Maar in Pierre-Ecrite heugt men zich het bezoek van de kleine keizer maar al te goed. Al is het maar omdat een plaquette aan het bureau van de maître de poste de herinnering aan deze gebeurtenis, waarvan het lokaal-historisch belang amper te bevatten is, levend houdt. Napoleon ontmoette hier, tijdens zijn etappe van Chissey naar Avallon – onderdeel van zijn befaamde tocht van Elba naar Parijs – een van de grote zonen van Moux-en-Morvan: Pierre-Claude-André Rasse.

Nooit van gehoord, denkt u nu.



Pierre-Claude-André Rasse werd in Moux-en-Morvan geboren op 23 april 1758. Zijn vader Joseph Rasse, die gehuwd was met Pierrette Brochot, stamde uit een familie van Luxemburgse kooplieden, die hier in de eerste helft van de achttiende eeuw neerstreek. Hun zoon werd priester, tot in december 1793 de terreur begon en hij zoals zovele priesters zijn ambt eraan gaf. Gendarme werd hij en na omzwervingen vinden we hem het jaar erop terug in die hoedanigheid in Arnay-le-Duc, niet ver van zijn geboorteplaats. Verschillende bronnen getuigen ervan, dat hij in deze periode adellijke emigranten en gewezen priesters redde van gevangenschap en dood. In 1802 werd een nieuwe bisschop van Autun benoemd en Rasse zag zijn kans schoon te solliciteren naar een herderlijke positie. Die kreeg hij eerst een paar jaar in Gien-sur-Cure en vanaf 1805 in Alligny-en-Morvan.


Hij genoot daar van het leven in het Eerste Franse Keizerrijk en hield zich er rustig, tot de kansen voor Napoleon keerden en op 19 januari 1814 Oostenrijkse legers Bourgondië bezetten en een belangrijk garnizoen Autun als basis koos. Rasse werd verzetsleider en bracht een groep strijdmakkers bijeen in de bossen tussen Blanot en Moux-en-Morvan. De bende van Saulieu, noemde de prefect hen smalend. Niettemin wist Rasse op een veld bij Latois tweeduizend man te verzamelen, die een niet aflatende hoeveelheid aanvallen op de Oostenrijkers lanceerden. Onder meer werd het kasteel van Lucenay-l'Eveque belaagd dat propvol Oostenrijkers zat.


Op 6 april 1814 echter viel Parijs en legde Napoleon de keizersmantel af. Rasse en zijn bende gingen nog tot 14 april door met hun verzetsacties tegen de Oostenrijkers, hoewel Lodewijk XVIII toen al enkele dagen in het zadel zat. In juni verlieten de bezetters Bourgondië en werd Rasse weer pastoor in Alligny. Napoleon was toen hij een jaar later in een zegetocht terugkeerde van zijn ballingschap op Elba, de bendeleider van Saulieu echter niet vergeten. Dat blijkt uit de ontmoeting tussen beide heren in het postkantoor van Pierre-Ecrite, die op 16 maart van het jaar erop werd gearrangeerd.


Maar Napoleon zou precies twee maanden later zijn Waterloo vinden. Met Rasse leek het evenmin goed af te lopen, want in juli, de maand na de veldslag, namen de Wűrttembergers de Morvan in. De pastorie werd verruïneerd en Rasse gevangen genomen. Een tribunaal in Autun veroordeelde hem ter dood. Door tussenkomst van de bisschop, mgr. Imbertie, bracht hij het er nipt levend vanaf. Met een verbod nog langer de mis op te dragen, trok Rasse zich ziek terug bij zijn broer Theodore in zijn geboorteplaats Moux, waar hij op 13 september 1832 overleed.


Caesar en Moux-en-Morvan




Maar daar wou ik het eigenlijk helemaal niet over hebben, toen ik over Napoleon begon. Fransen hebben wat met keizers, want gaan we een millennium – of twee – terug in de tijd, dan stuiten we op Gaius Julius Caesar, die ook in dit land heel wat kilometers heeft gemaakt. En heb je als plaats geen hotel of postkantoor waar de kleine keizer uitspande, dan is er misschien wel een voormiddeleeuws militair kampement, waarover men met aplomb beweren kan dat dit ooit door Caesar en zijn mannen was aangelegd.




Op de Michelinkaart kom je ze veel tegen. Driehoekjes in het groen met als belofte de tekst Camp de César. Op een winterse middag doorkruisten we jaren geleden kale mistige akkers tussen Flavigny-sur-Ozerain en Alise-Sainte-Reine van hot naar haar, omdat ook hier dat Camp gesitueerd zou moeten zijn. Vergeefs, uiteraard, zou ik bijna zeggen, want wisten wij veel waarop we moesten letten. Nog altijd als we in dat prachtige hoekje van de Auxois komen, blikken we besmuikt lachend even terug op dit moment van caesarverdwazing.


Toch was dit driehoekje een voorbode van grotere en eminentere historische ontdekkingen. En nog wel wat dichter bij huis ook. Op tien minuten lopen van Maison Bellevue bevinden zich in de bosgrond onder verende naaldpakketten de zwijgzame resten van een Gallo-Romaanse versterking. Sterker nog, wie twintig minuten verder loopt en de moeite neemt naar de 691 meter hoge top te wandelen van de Mont Moux, staat daar onverwacht midden in het restant van een heuvelfort, dat al sinds mensenheugenis bij de bewoners van de streek de evocatieve naam draagt: Camp de César.


Fantasie is in dit soort gevallen niet schadelijk doch behulpzaam. Het maakt het makkelijk in de halve meter diepe greppel die om de top heen is gedrapeerd de vallum te herkennen. De verdedigingswal met de droge gracht die de Romeinen langs het front groeven. Alles is egaler dan tweeduizend jaar terug, niettemin, de greppel en de ophoging aan de binnenkant zijn onmiskenbaar door mensenhanden gemaakt. Het onneembare van dit premiddeleeuwse vestingwerk moet je er maar bij denken.Ach, waarom ook niet, zou je denken. Het kampement ligt pal aan de wandelroute van Bibracte naar Alésia, de weg die de Galliërs in 52 voor Christus onder aanvoering van Vercingetorix aflegden om bij Alise-Sainte-Reine door Julius Caesar vernietigend te worden verslagen. Het pad voert langs open velden, die je op heldere dagen een kilometers ver reikend uitzicht bieden. Onweerlegbaar is het besef dat deze op het oog niet zo hoge heuvel een adembenemende en strategisch waardevolle uitkijkpost is. Niet alleen voor Caesar en de Galliërs, maar ook voor hun voorgangers, misschien wel tot de cro magnon aan toe. Op de afgevlakte top benemen naaldbomen mannetje aan mannetje staand het uitzicht. Denk ze weg en word geïmponeerd door het besef dat hier een leger uitzag over de bergruggen verderop. Zuidwestwaart keken ze diep de Morvan in en in het oosten konden ze de witte windmolens bij Pouilly-en-Auxois zien draaien. Tenminste, als die er toen al zouden hebben gestaan.

Fantasie gebruiken, dat deed men in de Middeleeuwen immers ook. Het oppidum op de Mont Moux kreeg in de volksmond de titel Camp de César mee en de tweede verblijfplaats, dichterbij Bellevue, werd in 1426 omschreven als Champ de Gaullois, het veld van de Galliërs. Sinds het in de negentiende eeuw is herontdekt staat deze verschansing bekend als Camp de Moutelles. In 1936 werden de afmetingen genoteerd: een rechthoek van 115 bij 110 meter.


Het belang van dit kamp wordt bekrachtigd door de Tranchée Romain, een kaarsrecht vier meter diep kanaal waarvan nog een paar honderd meter resteert. Het voerde vanaf het beekje de Montsermage water aan naar het kampement. Een onbeduidende woonplek veroorlooft zich geen waterwerken van dit formaat, is de gedachte. Mee eens, want bovenstaande onderstreept eens te meer, dat Moux-en-Morvan en in engere zin Bellevue, geenszins onbeduidend is. Sterker nog: op luttele afstand ligt een amper beschreven en oppervlakkig onderzochte historische en archeologische Gallo-Romaanse schatkamer, die om exploratie smeekt!

zaterdag 17 september 2011

l'Histoire se repete

l'Histoire se repete oftewel de geschiedenis herhaalt zich. Want was het de bakkersvrouw Gina ruim drie jaar geleden die ons op het spoor van onze allerliefste bulldog Ballet zette, het was deze week diezelfde Gina die ons leidde naar Enna...
Enna is de nieuwe loot van de familie Bellevue. Nee, geen opvolger van Ballet, want Ballet was uniek. Wel een bulldog, maar weer geen Engelse. Nee een Amerikaanse. En die zien er heel anders uit. Niet op de foto's die Gina ons woensdagavond, toen ze hijgend aanklopte aan de keukendeur om ons te vertellen dat er een 'urgence' was, trots toonde. Daarop leek de bulldog die zij voor ons in Nevers (ruim 100 km weg!!!) had gevonden formaatje hushpuppie. Nou ja, zo'n beetje dezelfde hoogte als Balletje, alleen dan niet zo'n platte snuit. Wel lieve ogen, dat zag je meteen.
Gina ging de volgende dag ook mee richting Nevers, om de hond - een teefje dat goed overweg kon met kinderen en katten, meer wisten we eigenlijk niet - te halen. Of te laten. Het werd het eerste, want ofschoon Enna anderhalf keer zo zwaar is als Ballet en twee keer zo hoog, stal ze onmiddellijk Elly's hart. Met haar grote, donkere ogen. Haar lieve snuit en mooie tekening. Haar fraaie kleuren (blanc et fauve staat in haar paspoort) en haar tong waarvoor elk gezicht te klein is...
Inmiddels is Enna bijna 48 uur bij ons en ze maakt het best. Is lief voor de katten en voor Boike, de hond van vriendin Tineke die er tot morgen is. Lief is ze ook voor de kippen, al raken die evengoed van de leg door zo'n grote lobbes. En bovenal is ze lief voor ons: een enorme vrijdoos is het en dat kunnen we hier wel gebruiken. Want al moeten we ze uiteraard niet vergelijken, een vrijdoos was Ballet ook. En we zeiden het al: l'histoire se repete.

woensdag 7 september 2011

Un jardin Anglais

Mont Saint-Jean is een prachtig, Middeleeuws stadje, op een half uur rijden van Bellevue. Een groot kasteel, een fraaie kerk, het oudste hospitaal van Europa (ouder dan Beaune!) en allemaal huisjes uit de twaalfde tot de vijftiende eeuw. Plus... een tuin.
Het is verleidelijk de onsterfelijke chanson 'Mon amant de Saint-Jean' van Émile Carrara (1942) juist in deze romantische omgeving te plaatsen. Maar dat zou een dichterlijke vrijheid zijn. De naam van het lied, waarin een meisje verliefd raakt op een charmeur (zoals op het schilderij van Renoir), verwijst naar het feest van Johannes de Doper, oftewel Jean le Babtiste. Dat feest wordt in Frankrijk traditioneel gevierd op 24 juni, niet lang na de kortste nacht. De gewoonte wil dat jongens en meisjes worden ingewijd in de liefde (met zoenen hoor, niet te wild), maar dat is dan wel een liefde voor één avond. Morgen is het immers weer een gewone dag en het zal - ook voor het arme kind in Carrara's chanson - nog 364 dagen duren voor er weer gezoend wordt. Als het geen schrikkeljaar is...
Maar terug naar Mont Saint-Jean, waar jaarlijks de leukste rommelmarkt van de wijde omtrek wordt gehouden. Nog leuker dus dan die van Époisses, waarover eerder werd gerept op deze plek. Wel vijfhonderd kraampjes met antiek en curiosa, rommel en snuisterijen slingeren zich door de nauwe straatjes van het stadje. Overal vind je terrasjes met bier en wijn en wafels en worsten en iedereen is vrolijk.
En dan die tuin... Aan één van die straatjes staat een landhuis, dat uitziet over de landerijen die afdalen naar de vallei. Het huis heet - een beetje overdreven - Château les Roches en ze doen er aan chambres d'hôtes. Tijdens de vide grenier van Mont Saint-Jean echter, is de tuin van het landhuis open voor bezoekers. Ze serveren roast beef en mierikswortelsaus, een chutney van aubergine en courgette en een heel beste chablis. Afgezien van die witte wijn, klinkt dat allemaal Engels en zo is de sfeer in die tuin ook. Een beetje zoals in een beer garden, met spelende kinderen in het gras, eenvoudige tafels en stoeltjes en overal mensen die gezellig kletsen en drinken en zwetsen en klinken. En dat klopt ook nog, dat Engelse, want Château les Roches is eigendom van een stel onkreukbare Britten.
Dus wie tijdens een verblijf in de Morvan zijn Engels wil bijspijkeren, spoedt zich naar Mont Saint-Jean, voor een bezoek aan 'le jardin Anglais'. Alleen niet overnachten in dat landhuis, want slapen doen we op Bellevue!


woensdag 31 augustus 2011

Toeval bestaat niet

Toeval bestaat niet. Dank zij mijn werk als culinair redacteur (Noordhollands Dagblad, Bouillon!, Days Magazine) heb ik al vele jaren een heel goede band met restaurant Merlet in Schoorl. En dan met name met de familie Van Bourgonje, die deze prachtige sterrenzaak in jaren van toewijding en noeste arbeid van de grond af heeft opgebouwd.
Tegenwoordig zwaaien Martin en Carla van Bourgonje - de tweede generatie - er de scepter en we trekken veel samen op. Als hun mooie boek 'Een restaurant met tien sterren' moet worden gecorrigeerd bijvoorbeeld, mag ik dat doen. En als er een ambassadeur moet komen voor het West-Friese chefsgilde dat 'Een Omring Waard', vraagt gilde-baas Martin mij.
Andersom informeert Martin altijd trouw hoe het gaat op Bellevue en al jaren kondigt hij in alle oprechtheid aan dat er een dag komt dat hij met zijn gezin afreist naar de mooie Morvan, om ook óns een keer te bezoeken. 'Als de kinderen wat groter zijn', zegt-ie dan. En gelijk heeft-ie.
Onze levens en zaken lopen dus een beetje parallel, zou je kunnen zeggen. We staan allebei in boeken (zie foto) en tijdschriften, we houden allen van lekker eten en drinken en hebben van die passie allemaal ons beroep gemaakt.
En wat wil nu het toeval? Dat ik bij Jean-Pierre en Brigitte Parthiot, onze wijnleveranciers in Alligny-en-Morvan, een bijzondere Bordeaux tref. Met en bijzondere naam: Merlet Bellevue!
Waarmee de samenwerking een feit is.
Dat de schoonheid van Merlets gastronomie maar op ons moge afstralen. En ons Franse zonnetje op Merlet...

woensdag 17 augustus 2011

De moestuin

Een moestuin is een mal ding. Ik bedoel, zó heb je niks dan donkere aarde en je draait je om en alles is groen. En overwoekerd.
Wijlen onze buurman had er wel wat mee, met zo'n 'potager'. Dagelijks was hij ervan 's morgens vroeg tot 's avonds laat te vinden. Somtijds driftig hakkend en spittend en vloekend, dan weer rondjes draaien in luchtige tred, de handen op de rug.
Hij leek al met al niet zo veel te doen in die verdomde tuin - en zeker niet de laatste jaren - maar het moet gezegd: het zag er allemaal netjes uit. Strakke bedden met aardappels en ui, kardoen en asperges, aardbeien en sla. En tussendoor overal bloemen, frambozenstruiken, aalbessen, laurier, kruisbessen en courgettes.
Toen wij de moestuin erfden, was het winter. En één van de voordelen van dit jaargetijde is dat er niks groeit. Nu ja, er stond wat prei en aardpeer, maar dan had je het ook wel gehad. Een fijn moment dus om hier en daar wat te snoeien en om te spitten. Niet zo veel werk hoor, zo'n moestuin.
Ook in de lente viel het nog mee en om onze goede moed te tonen kweekten we in kleine bakjes onder glas tal van gewassen voor: zonnebloemen, kruiden, sla en wat al niet. Die materie bleek al enigszins weerbarstig, want de helft van dit zaad kwam op en de andere helft liet zich niet zien. Lui zaad, dachten wij nog, of saai zaad (in plaats van zaai zaad - goedkoop vertaalprogramma gebruikt voor de tekst achterop de zakjes), doch dood zaad is adequater.
We zaaiden tevens in de volle grond, zoals dat schijnt te heten. Dit was in zoverre een succes dat er veel op kwam, maar tegelijkertijd kwam er ook van alles op dat we niet hadden gezaaid. En omdat het allemaal groen is, is het net of je naar een tuin vol Japanners staat te kijken: alles ziet er hetzelfde uit, Maar het kan niet anders of de helft is giftig op z'n gunstigst smerig van smaak.
Dan is er nog een probleem met zo'n tuin en dat is de oogst. Áls je dan ondanks alles iets tot volledige wasdom hebt gebracht, is er meteen zo veel van dat je er in omkomt. Weken achter elkaar sla of sperziebonen is geestdodend en een zomer louter courgettes consumeren erg eentonig.
Het verstandigste is dus de boel gewoon te laten verrotten tot moes, hetgeen een heel andere betekenis aan het begrip moestuin geeft. En het kost allemaal niks.
Toch zijn er mensen die weten dat het ook anders kan. Die er niet voor terugdeinzen om uren achtereen te schoffelen of te wieden. Die bonen oogsten, aardbeien verplanten, sla herkennen en
in het algemeen een trefzekerheid aan de dag leggen die de gewone sterveling mist.
Die mensen bevinden zich ook wel onder onze gasten. Neem Erik en Aukje, uit Maison Perdue. Niet aflatend vond je ze in onze moestuin, om grote delen ervan te ontginnen. Sterker, zij bereidden zich nauwkeurig voor, door de daartoe uitgegeven literatuur te bestuderen, opdat hun zaad - in overdrachtelijke zin - niet in dode aarde zou vallen.
Frans uit Maison Bellevue is er ook zo een. Een voorbeeld voor de wereld in het algemeen en onze gasten in het bijzonder, zó ijverig schoffelde hij onkruid weg en trok hij gras uit waar dat niet hoorde (het gras dus hè, niet zijn uittrekken).
En tot slot is daar mijn zus Marjolein. Nu komt het eng dichtbij, maar ook zij beheerst het moestuinieren en heeft - hoe kán het familie zijn - groene vingers. We danken hen allen hartelijk voor hun tomeloze inzet voor onze groentetuin. En dat velen hen mogen volgen!

donderdag 11 augustus 2011

Bellevue vanuit de lucht

De Morvan is een nieuwe attractie rijker: en rondvlucht boven ons natuurgebied!
Nu ja, helemaal nieuw zijn de vliegtochtjes vanaf Aeroport Bellevue (!) niet, maar voor ons was het gisteren de eerste keer dat we het Morvandese luchtruim kozen. In de eenmotorige Piper van piloot Didier Perrault. Het leuke is dat piloten vlieguren moeten maken om hun brevet te behouden. Didier moet dat ook, maar om van de nood een deugd te maken, neemt hij graag gasten mee aan boord. Maximaal drie passagiers, van wie er één naast de piloot zit (nergens aankomen!) en twee achterin plaatsnemen.
Omdat je per minuut betaalt (ongeveer 2,75 euro), kun je zo lang vliegen als je wilt. Of tot de brandstof op is. Voor ons ging de reis uiteraard naar Bellevue, dat vanuit de lucht
prachtig te zien was (veel dak). De gasten - gewaarschuwd voor stuntende sportvliegtuigjes - stonden driftig te zwaaien en natuurlijk hing de was ook buiten.
De tocht terug was adembenemend: de bossen die zich uitstrekken over een groot deel van de Morvan, het majestueuze Lac des Settons in het late avondlicht, de verkaveling van weilanden, de kleine meertjes en poelen overal, de witte koeien in het gras en tot slot de toren van de kathedraal van de Heilige Lazarus in Autun, het is alles een lust voor het oog.
Na een rustige landing door Perrault sta je weer met beide benen op de grond. Met nog geronk in het hoofd en vlinders in de buik, maar ook een ervaring rijker. Echt een aanrader voor al onze gasten!

dinsdag 9 augustus 2011

Muziek op ons eigen Schateiland

Na maanden van voorbereiding, de export van een piano en het stemmen van het instrument, het oefenen op de partituren en de generale repetitie (die goed ging, wat een veeg teken is), het opzetten van de tent en het klaarzetten van de flessen, was het zondagmiddag vier uur eindelijk zover: het concert van de familie Mathot-Brieffies-Teekens kon gaan beginnen.
De gasten dromden samen op de cour van Bellevue: de oude bakker annex wethouder Jacques Pin (spreek uit 'pain'), zijn vrouw Simone en hun kleinzoon Arthur, garagehouder Gérard Bureau en zijn vrouw Babette (hopelijk ooit de eerste burgemeester van Moux), onze kostelijke Engels/Schotse overbuurvrouw Carolyn met haar eveneens Britse vriendin Barbara en verder tal van Hollandse vrienden en vriendinnen streken neer.
In de oude stal, thans onze bistro Moux-sur-Mèr, stond de piano gereed en brandden de podiumlichten de gezichten warm. Gezichten van Koos Teekens (piano) en Margaret Mathot (fluit). Van Margarets zoons Hugo (eveneens piano) en Floris (cello). Van Margarets man en bariton Frans (wat een muzikale familie!) en van gastheer Jurriaan, die op de trekzak ook nog een moppie mee mocht spelen.
Er kwamen werken voorbij van Johan Sebastian ('geen dag zonder Bach') en Debussy, van Fauré en Grieg, van Bréval, Mendelssohn en natuurlijk Saint-Saëns. Liederen waren er van William Vaughan, met teksten van R.L. Stevenson, nota bene de schrijver van het beroemde boek Schateiland. En ten slotte was er trekzakmuziek begeleid door fluit, van Carrara (het in Frankrijk altijd luidkeels meegezongen 'Mon amant de St. Jean') en vooral ook van Frans Tromp, die in oktober op Bellevue weer zijn eigen concert geeft met zijn 'Trompe-l'oeil'.
Allemaal prachtige muziek, omlijst door crémant de Bourgogne en wijn en natuurlijk tal van heerlijkheden uit de keukens van Bellevue. En na afloop waren er bloemen voor alle muzikanten.

Al met al een gedenkwaardig concert, dat vast en zeker zal worden herhaald. Want de familie Mathot-Brieffies-Teekens is al weer nieuwe stukken aan het oefenen. Voor volgend jaar op de cour van Maison Bellevue, onze eigen Schateiland...

vrijdag 5 augustus 2011

De reiziger

'Haal flessen uit de kelder/en haal muziek in huis/laat iedereen het horen: de reiziger is thuis' dichtte Lennaert Nijgh voor het lied 'De Reiziger' van Boudewijn de Groot.
Er zijn vele reizigers die thuis komen bij Maison Bellevue, om enkele weken te rusten. Helaas trekken ze ook altijd weer verder. Maar er zijn ook reizigers die Bellevue slechts schampen. Die in de schaduw van ons goede huis - vrij naar diezelfde Lennaert Nijgh - rusten om hun weg weer te vervolgen.
Zo'n reiziger is Jo uit het Vlaamse Leuven. Hij komt aangelopen uit het bos en zijn tred stokt bij ons huis. Niet uit vermoeidheid, want Jo oogt als een getrainde loper. Nee, eerder om de geest te verzetten. Na vele uren bos moet een mens even schakelen als hij de bewoonde wereld in stapt. Alsof je van zee komt en je eerste passen op de vaste wal zet.
Jo is niet alleen. Nee, hij heeft geen partner bij zich en geen kind. Of toch? Achter de reiziger loopt Noisette, een prachtige ezelin. Zwaar bepakt met bagage, want Jo maakt voettochten van zo'n 120 kilometer, verspreid over zeven dagen. Noisette verlicht het leven van Jo en vele andere reizigers, die zonder rugzak door de Morvan trekken. Ze is gewillig en braaf, ze is mooi en sterk, donker van vacht en licht van tred. Noisette geeft Jo gezelligheid en warmte en haar lange oren wiegen heen en waar als Jo praat. Of komt dat wiegen door het kauwen op onze rozenbottels?
'Geef de reiziger het woord/laat de reiziger vertellen/maar hij schudt zijn hoofd en lacht'. Jo lijkt een man van weinig woorden. Toch verhaalt hij van het trage tempo dat zijn Noisette hem oplegt, waardoor hij meer tijd heeft om te genieten van het landschap dat hen omringt. Hij vertelt hoe de ezelin haar eigen eten meedraagt: wat fruit en biks misschien, wat stukken brood-met-tevredenheid. Hoe zij samen elke avond een gîte vinden mét een stal of een weitje. Hoe Noisette zich verveelt als zij alleen in die wei staat. Zonder andere ezels of paarden, geiten of schapen. En zelfs zonder Jo.
'Hij zegt ik ben veranderd/ik ben hier niet meer thuis/maar laat de kinderen komen/de kinderen van dit huis'. En dan is de reiziger uitgepraat. Nog een laatste foto voor het huis, een laatste knuffel van Hedwig, de jongste van onze gasten, en dan gaat de reis weer voort. Naar Lormes, waar Jo een vreemde is, maar waar Noisette woont. 'En niemand zal begrijpen/wat ik doen kom in dit huis/maar de kinderen zullen zeggen: de reiziger is thuis'.
Zie ook de site van Les Professionels de l'âne (www.bourricot.com) en de officiële website van Boudewijn de Groot (www.boudewijndegroot.nl).

dinsdag 2 augustus 2011

Concert van multi-muzikale familie

Op Bellevue wordt de laatste dagen heel hard geoefend. Niet door ons - wij kunnen alles al - maar door onze muzikale gasten, die zondag aanstaande een concert geven op de cour van ons huis.

Ster van de dag is ongetwijfeld de bekende fluitiste Margaret Mathot, die begeleid wordt door haar vaste organist en pianist Koos Teekens. Mathot speelt al vanaf haar vroege jeugd fluit (tussen haakjes: een mens behoort geen dwarsfluit te zeggen, want ofschoon het instrument dwars van het gezicht wordt gehouden, heet het gewoon fluit) en werd destijds aangestoken door Thijs van Leer (Focus) en de briljante Chris Hinze. Veel talent, duizenden uren studie (zelfs tijdens alle vakanties op Bellevue, want als ze niet speelt wordt ze 'chagrijnig') en een uitstraling van jewelste, maken de West-Friese Margaret Mathot tot een gevierd ster in Nederland. Met de regelmaat van de klok treedt zij op van Kampen tot Medemblik, in de Westerkerk te Amsterdam en zelfs in Carré.
Sinds vier jaar speelt zij met organist Koos Teekens samen, die met zijn vrouw Linda is
neergestreken in Maison Perdue, om Margaret zo ook op Bellevue te kunnen begeleiden. Niet op het orgel, want een kerk hebben we hier nog niet, maar wel op de kersverse piano die sinds kort onze bistro verrijkt. Het duo zal werken van J.S. Bach laten horen, zowel als van Debussy, Vaughan Williams, Fauré en de relatief onbekende Franse componist Jehan Alain, een leerling van Fauré, die als piloot stierf tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Koos zal eveneens Margarets echtgenoot en zanger Frans Brieffies begeleiden, die even
eens enkele stukken zingt van de Britse componist Vaughan Williams, een leerling van onder meer Maurice Ravel. Ofschoon geen beroepsmusicus, beschikt Brieffies over een prachtige tenor.
Hugo en Floris tenslotte, de twee zoons van Margaret en Frans, treden naar voren op piano respectievelijk cello. Zij spelen werken van Grieg en van de Franse componist Bréval.
Het concert begint zondag om 16.00 uur met een glaasje crémant de Bourgogne. Dus op het schenken van bubbels oefenen wij in de tussentijd.

PS. Dochter Hedwig had ook graag opgetreden, maar haar harp paste niet in de auto...