woensdag 13 oktober 2010

Kabouter Spillebeen en de cêpes



Nu het stof van de trekzaknootjes is neergedaald, zetten we het op een zingen. Want in het bos achter Bellevue stikt het van de paddenstoelen. En elke keer als je zo'n rode ziet met witte stippen, zit je een dag lang met die verdomde Spillebeen in het hoofd. Nog even voor wie de tekst was vergeten: 'Op een grote paddenstoel/rood met witte stippen/zat kabouter Spillebeen/heen en weer te wippen/'KRAK' zei toen die paddenstoel/met een diepe zucht/en zijn beentjes vlogen/hoepla, in de lucht'. Wat een dommigheid...


Gelukkig zijn er ook andere zwammen te zien in de wouden van de Morvan. Wat heet, complete heksenkringen vind je er, zoals die van nevelzwammen op bijgaande foto. In vroeger tijden werd verondersteld dat binnen zo'n kring de heksen vergaderden. Overigens kunnen heksenkringen eeuwen oud worden en uiteindelijk een diameter van honderden meters bereiken.



Eenmaal hebben we een inktviszwam ontdekt, die zich kenmerkt door tentakels met schijnbaar zuignappen erop en een vuurrode kleur. Het is geen inheemse paddenstoel. Sporen ervan zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog door Australische geallieerden zijn meegevoerd onder hun soldatenkistjes...



Eetbare paddenstoelen vinden we ook veel op onze wandelingen door het bos en langs de weiden. Zo hebben we al vele tientallen grote parasolzwammen op onze eigen schapenweitjes geoogst en verorberd. Een heerlijke zwam (foto hiernaast), waarvan de hoed met lamellen wel 25 cm breed kan worden. In de zomer hebben we een aantal malen cantharellen gevonden. Die herken je eenvoudig: ze zijn mooi oranje van kleur en hebben een trompetvormige kelk met een rafelige bovenrand. Bovendien lopen de lamellen door tot in de steel. Erg smakelijk.



Ronduit spectaculair zijn de grote, bolvormige ruitjesbovisten die in het gras van de weilanden groeien. Vette witte bollen, die op den duur bruin worden, openbarsten en dan hun sporen in de vorm van ragfijn bruin stof laten wegwaaien met de wind. Als ze nog jong zijn echter en hagelwit, is het binnenste eveneens wit en vast van structuur. In die toestand zijn ze goed eetbaar, zij het dat je ze in dunne plakjes moet snijden en hard bakken, omdat het vruchtvlees anders te week en sponzig is.



Lekker zijn ook de zogeheten berkenboleten, maar de koning van de paddenstoelen is - even afgezien van de truffel, die in de Morvan niet groeit - de cêpe (foto). Bij ons beter bekend als eekhoorntjesbrood, is hij goed herkenbaar aan de piepkleine verticale buisjes onder zijn hoed. Dat geeft aan dat het een boleet is en de meeste daarvan zijn goed eetbaar. Met uitzondering van de satansboleet, de heksenboleet en nog een paar lelijkerds.



Tot slot dan die rode vliegenzwam met z'n witte stippen. Er zitten giftige stoffen in, maar toch eten mensen ze wel. Hij is namelijk sterk hallucinerend. Dus die kabouter Spillebeen, da's gewoon een junk.

donderdag 30 september 2010

Frans met mate(n)


Nog pakweg 48 uur en dan barst op Bellevue het zesde trekzakfestival los: Frans met mate(n). Even voor de niet ingewijden: Frans Tromp is de beroemde docent die vijf maal eerder een ploeg van ongeveer twintig harmonicaspelers aanspoorde tot grootse daden. Dat wil zeggen, al die muzikanten (het zijn er niet precies 20 hoor, er is ook aanhang bij die zich gelukig anderszins nuttig maakt) krijgen maandagochtend de partituren voor de neus die Frans in de maanden daarvoor heeft voorbereid en uitgewerkt. Vervolgens heerst er ongeveer 100 uur een kakafonie van trekzakken die door elkaar de meest vreselijke herrie maken, waarna op vrijdagavond in onze bistro Moux-sur-Mer een concert wordt gegeven en het opeens allemaal perfect klinkt. Kijk dat is de kracht van kennisoverdracht...

Dit jaar verwachten we zondag in de namiddag 20 gasten, die in en rond Bellevue een plaatsje krijgen. In tentjes op onze glooicamping, in Maison Bellevue, met campers op onze nieuwe weide, in Maison Perdue en als het even meezit tevens op onze logeerzolder.

Wat er op het muzikale programma staat is nog een complete verrassing voor iedereen (behalve voor Frans, hopelijk). Dat het culinaire programma dik voor elkaar is weet iedereen nu al. Gewoontegetrouw kookt gastvrouw Elly met haar keukenmaatjes (afwisselend Gretha en Alexandra en Barbara en Leendert en Jurriaan) de sterren van de hemel. Ook voor de uitvoering die voor vrijdag 8 oktober staat gepland: volgens de traditie staat er nasi fait à la maison op het programma, waar de Franse, Engelse, Schotse en Hollandse vrienden uit de directe omgeving volop van zullen genieten.

Kortom: wens ons allen succes. En Frans in het bijzonder!

zaterdag 11 september 2010

Wilde zwijnen op Bellevue




Sporen hadden we al veel vaker gezien in de nabije omgeving, maar nu hebben we dan toch ook nieuwsgierige wilde zwijnen op ons eigen land rond Maison Bellevue en Perdue. En we hebben ze, wat dieper in het bos, met eigen ogen kunnen zien...


Evers en reeën vormen het belangrijkste wild in de Morvan. Niet ver van ons huis woont een enkele haas - verdwaald, want die hoort in een polderland thuis - die hopelijk ooit een echtgenote vindt. Verder zie je heel soms een fazant, vaker een vos en dikwijls een das. Helaas liggen die laatste meestal dood langs de kant van de weg. Niet zo snel kennelijk en dom met oversteken.


Reeën zie je vaak tijdens wandelingen in het bos, maar wilde zwijnen loop je (behalve in opgezette vorm bij buurvrouw Le Fèvre aan de wand) niet veel tegen het lijf. Meestal zie je de sporen die ze achterlaten: omgewoelde bladeren en aarde, waar ze op zoek zijn geweest naar knollen, larven en insecten. Of gewoon pootafdrukken, herkenbaar aan de twee diepe voorhoeven en de twee ondiepe, licht naar buiten staande achterhoeven. En dan hebben we het over de afdruk van één poot, met vier 'vingers' (de vijfde zit hoger, dus die laat geen spoor na).


We hadden al eens varkens gehoord in de tuin van onze buren. Waarbij er eentje waarschijnlijk in het prikkeldraad bleef hangen met één of ander lichaamsdeel, want die maakte toch een hoop misbaar?!? Op de eigen schapenweide achter Bellevue was het vorige week ook raak. Een grote omgeploegde plek herinnerde aan vreemde gasten...


Tijd voor nader onderzoek en andermaal een vroege ochtendwandeling. Daarbij trof ik wat hoger in het bos op een stil pad een groep aan van tussen de acht en twaalf dieren, schat ik. Ik zag ze voorbijlopen met hun leigrijze-zwarte vacht, al maakte het dichte gebladerte het moeilijk ze goed te onderscheiden. Het hadden eerlijk gezegd ook olifanten kunnen zijn. Maar dat lijkt me minder waarschijnlijk.


Ik probeerde dichterbij te komen om een foto te maken, maar de dorre bladeren op de grond verraadden mij. En ofschoon die evers met z'n alle in die bladeren rondstapten en wroetten en daarbij veel meer herrie maakten dan ik, hadden ze mij toch in de gaten en kozen ze het hazenpad. Gelukkig wellicht, want een boos wild zwijn is een lelijk ding. Ze schijnen net zo lang over je heen te lopen tot je een soort tartaar bent. Om het maar eens culinair uit te drukken.


En nu maar afwachten wat er in het jachtseizoen overblijft van 'onze' wilde varkens. Ze mogen in ieder geval altijd op ons weitje komen. Om asiel te vragen.

dinsdag 7 september 2010

Van matkoppen en goudhaantjes




Je weet pas wat er vliegt rond Maison Bellevue als een kenner je erop wijst. Zo meldden onze vaste gasten Margaret en Frans en Hugo en Floris en Hedwig (ja, we hebben veel gasten) ons erop dat er liefst 31 verschillende vleermuizen rondvliegen! Geen 31 soorten, doch exemplaren, maar toch...



Dat het met de vogels rond Bellevue ook wel goed zit, leerden we van Jan Buter, die kort daarna een aantal dagen te gast was. Buter (47) groeide groot op het Drentse boerenland en weet alles van wild en van bijen en van vossen. En van vogels dus, wat genoeg reden is om een ochtendje te dauw trappen (dauw te trappen?) met deze ornitholoog.
De volgende morgen om zes uur uit de veren dus en een half uur later in het nog schemerdonker achter het huis naar boven het bos in. Onmiddellijk horen we onze huisuil kokkelend roepen. Een bosuil, herkent Jan. Het geluid van een groepje vogels een paar honderd meter verder is moeilijker te duiden. Zijn het staartmezen? Of koolmezen, die een heel repertoire aan immitaties hebben. Het is echter nog te donker om het goed te kunnen zien.


De Vlaamse gaai, waarvan het stikt rond Bellevue, hoef je niet te zien om hem te herkennen (zelfs ik niet), evenmin als de hond van de buren die in de verte aanslaat. En zelfs in de schemering laat de vlucht van een duif zich gemakkelijk raden.


Nog weer hoger worden we verrast door een heel hoog vogelgepiep. Het zou een goudhaantje kunnen zijn, dat immers de hoogste piep heeft van alle vogels, maar Buter beslist dat het een winterkoninkje is. Zij het een heel vroeg winterkoninkje, begin september...


Andermaal meldt de duif zich en even later ook een merel, terwijl de koolmees nog meer eens wat immitaties weggeeft.




Dat Jan Buter een echt natuurmens is, blijkt wel dat hij niet alleen in de gaten houdt wat boven ons vliegt, maar tevens wat zich op de grond onder onze voeten afspeelt. We zien sporen van reeën en zwijnen en van een vos. Maar het meest indrukwekkend is wel een flinke ronde pootafdruk met twee scherpe, spitse nagels. Het zou een grote boskat kunnen zijn, denkt Jan. Wat heel goed mogelijk is, want in de Morvan wonen nog altijd lynx-achtige katten, groot, met pluimpjes aan de oren en een korte staart. Ze zijn net zo zeldzaam als schuw, maar toch...


De grote bonte specht zien we even later ook voorbijkomen, net als zijn nog grotere oom, de zwarte specht. Waar de eerste een roffelend geluid laat horen in een boom (rakkatakkatakkatak) geeft de zwarte specht heel lui en rustig nu en dan een krachtige hak in het hout. TOK, TOK.... TOK.


De mooiste waarneming moet echter nog komen. Op een grote open plek strijkt een paar meter van ons af een mees neer. Nu heb je mezen in soorten en maten, zoals glanskoppen en zwartkoppen en matkoppen. Wij zien hier de laatste en als Jan het bijbehorende geluidje laat horen in zijn I-pod, dan raakt hij helemaal van de leg. De matkop, niet Jan.


Terug bij de bosjes waar we op de heenweg de andere mezenclub hoorden, blijkt inderdaad dat het een hele familie staartmezen is. Ze vliegen en kwetteren en tsjirpen er vrolijk op los, als om te bevestigen dat het mooi leven is rond Bellevue. Maar dat wisten we al.




PS. Als rechtgeaard ornitholoog heeft Jan Buter een lijstje achtergelaten met vogels die hij tijdens zijn verblijf in en rond Maison Bellevue heeft gezien en gehoord. Daar gaan we: zwaluw, witte kwikstaart, huismus (vind je het gek), vink, zwarte roodstaart, wilde eend (bij een meertje in de buurt), grote bonte specht, buizerd, bosuil, zwarte specht, Vlaamse gaai, koolmees, staartmees, roodborst, winterkoninkje, ekster, torenvalkje (op weg naar Vezelay) plus die matkop dus. En dan moeten de jaarlijks terugkerende kraanvogels nog overkomen...

vrijdag 3 september 2010

Na de pad nu de vinders



Na het vertrek van de tuinpad zijn nu de padvínders gearriveerd op Bellevue. Deze week hebben zes jongens van de Duitse Pfadfindersschaftgruppe 'Friedrich von Bodelschwingh' hun tenten opgeslagen op de weide achter Maison Perdue. Nou ja, tenten... De scouts, onder leiding van de volwassen Cornelius Schäfer, hadden één tent bij zich. En verder slaapzakken en wat aanmaakhoutjes.


Cornelius en zijn groep - jongen van 12 tot 14 jaar - waren enkele dagen eerder gestart in Saulieu. Ze lopen met zware bepakking door de heuvels en bossen en strijken neer waar ze een geschikte plaats vinden. Nooit op een camping en al helemaal niet in een hotel of gîte, maar altijd in de vrije natuur. Het enige dat de 'Von Bodelschwinghers' - de Duitser Friedrich van Bodelschwingh bekommerde zich voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog over de vele gehandicapte kinderen in Duitsland - vroegen was iets om een vuurtje op of in te stoken. Daarna werd door een deel van de jongens de tent opgezet (drie aan elkaar geregen lappen als grondzeil en nog eens drie met vier stokjes als 'tentje') en maakten de anderen het vuur aan. Met zegge en schrijve één lucifer en veel kleine houtjes en wat hooi.
In grote aluminium pannen werd vervolgens water gekookt en werden de door het lopen al tot moes geschudde tomaten verwarmd, samen met de meegebrachte ravioli. En na het eten uiteraard vroeg naar bed, want dat wil je wel na 20 km lopen met volle bepakking.


De volgende ochtend werd hun kampeerplaats alweer opgebroken en hebben Cornelius en de zijnen de weide nauwkeurig opgeruimd, om rond tien uur 's morgens te vertrekken. Met hun tent, de slaapzakken, de pannen en hun vlag. Aan het einde van de middag kwam ik ze nog tegen in Les Settons, waar ze de laatste kilometers naar een nieuwe kampeerplaats nog moesten overbruggen. Als ze die zouden vinden.


We hopen dat de scouts van Friedrich von Bodelschwing volgend jaar weer komen en dat ze dan een dagje langer blijven! Al is het maar omdat die tuinpad nog steeds niet terug is...

maandag 9 augustus 2010

Een tuinpad voor Bellevue



Zoals er vele wegen naar Rome leiden, komen ook vele paden tot Bellevue. En padden, want we hebben sinds een week of wat een eigen huispad: Padrick. Of eigenlijk is het een tuinpad, daar onze dikke broeder zich voornamelijk ophoudt in de kruidentuin van Elly. Verstopt zich tussen de helianten om te ontkomen aan kat Beau en hond Ballet, die veel interesse in 'm hebben. Noem het paddentrek.

Gisteravond moet-ie door de open deur vanaf ons terras naar binnen zijn geglipt (recht van overpad), want vanmorgen zat Padrick klem onder de deur. Een padstelling zogezegd.
Tot drie keer toe is Padrick inmiddels vijftig meter verder gebracht en in het vochtige donker onder een stapel hout gezet. Je wilt immers niet steeds het risico lopen bovenop hem te staan (platgetreden pad). Maar telkens weet-ie de weg naar ons huis weer te vinden?! Zoals gezegd: er komen vele paden tot Bellevue...

woensdag 4 augustus 2010

Bellevue breidt uit!

Bij notaris Garandeau in Liernais heeft vandaag de officiële overdracht plaatsgevonden van het 'champ roncier' (2615 m2) aan Maison Bellevue. Dit 'braambosjesveld' – de vertaling van champ roncier – is gelegen aan de voorzijde van ons vakantiehuis. Het wordt gemarkeerd door vele bomen: eik, appel, wilde kers, haagbeuk en een grote spar. Met de aanschaf is het vrije uitzicht voor onze gasten en onszelf gewaarborgd.



De vorige eigenaren, Thérèse en Daniel Dubuisson uit Dijon, hebben in de plaatselijke editie van het dagblad Le Bien Public een wekelijkse column waarin zij de historie van een pand of perceel grond in de stad beschrijven. Ter gelegenheid van de aanschaf van het champ roncier door hen - in 2007 om er een ecologische woning op te bouwen - hebben zij met veel enthousiasme en gevoel voor detail de geschiedenis van het veldje uitgezocht. Een historie die voor een belangrijk deel parallel loopt met de geschiedenis van Maison Bellevue zelf.
Lang hebben Thérèse en Daniel niet genoten van hun grond. Omdat ze in de Morvan geen aannemer konden vinden die voor een fatsoenlijke prijs hun inmiddels getekende huis kon bouwen, hebben ze na drie jaar besloten het hele project te laten varen en een bestaande huis ten noordoosten van Dijon te kopen.
Hieronder volgt – voor de liefhebbers van een tuiltje historie en lange Franse zinnen – de integrale tekst van de Dubuissons.


Een terrein in de Morvan
(door Thérèse en Daniel Dubuisson)

'In 2007, toen we een terrein zochten om ons huis voor onze oude dag op te zetten, stuitten we in de Morvan bij toeval op een zonnig en met bomen begroeid perceel, licht glooiend en op het zuiden gelegen, dat ons onmiddellijk aansprak. Tijdens het schoonmaken van het stuk grond, al 20 jaar braak liggend en door varens en bramen overwoekerd, hebben we ook tijd gevonden om de historie op te diepen van de mensen die het ooit hebben bewerkt. Zie hier dus de geschiedenis van het veldje – of meer precies: de historie van de laatste anderhalve eeuw. In die lange tijd is het slechts één keer verkocht en dan ook nog tussen volle neven. Het is evenwel niet minder dan vijf keer van de hand gegaan door vererving of schenking. Het verhaal van het champ roncier is dus tevens de geschiedenis van een Morvandese familie.
Het perceel grond ligt in het gehucht Bellevue, boven het plaatsje Moux-en-Morvan en het nieuwe kadaster van 1972 wijst het toe aan het nog kleinere buurtschap Les Pinoits, naar de naam van de berg in het zuidwesten die de locatie domineert. Het oude kadaster, van 1843, echter noemt het 'champ roncier': en inderdaad, we hebben met eigen ogen kunnen zien dat de wilde bramen er goed groeien. Notariële akten spreken tevens van 'champ rosier' (rozenveldje) als verwijzing naar de egelantiers die in de omzomende hagen groeien of ook wel 'rougé' dan wel 'rouger', hetgeen is terug te voeren op het rode gruis van graniet dat tijdens onweersbuien de grond kleurt. Het terrein is aan de noordzijde begrensd door de lokale weg van Château Chinon naar Saulieu en aan de zuidkant door een lange natuurstenen muur, die zonder enige specie bijeen blijft.


De familie Marchand-Collard- Pelletier


We beginnen de historie van het terrein, dat we Le Roncier zullen noemen, met een huwelijk. In 1825 trouwt Pierre Collard, een handwever geboren in Liernais maar woonachtig in het gehucht Chassagne, met Claudine Marchand, dochter uit een landbouwersgezin in Perruchots. De laatste is dan, op 25-jarige leeftijd, al weduwe, nadat haar eerste man, een wachtmeester, anderhalf jaar eerder stierf. De nieuw gehuwden cultiveren enkele percelen grond en uit de droge administratieve akten schemert een pover leven door. Onder genoemde percelen, door Claudine van haar ouders geërfd, bevindt zich ook het minste deel van Le Roncier, ter grootte van pakweg 14 are. Pierre Collard koopt het betere deel van het veld, ongeveer 21 are, in 1847 van Léger Marchand, een neef van zijn echtgenote. Vanaf dat moment heeft Le Roncier dus de oppervlakte die het de komende anderhalve eeuw zal houden.
Marie Collard, dochter van Claudine en Pierre, trouwt in 1852 met Léger Pelletier, een arbeiderszoon uit Velle-sous-Moux. Het jonge koppel woont de eerste tijd in bij zijn ouders in het gehucht Perruchots. In 1857 laten ze evenwel een nieuw huis bouwen in Bellevue, in het buurtje dat 'Le Champ du Chêne' (het eikenveld) wordt genoemd. Daar komt in 1858 hun zoon Claude ter wereld. Ze hoeven vanuit hun nieuwe huis slechts 200 meter af te leggen om de 35 are van Le Roncier te bewerken. Overigens geeft (groot)moeder Claudine Marchand het stuk grond pas in 1864 cadeau aan haar beide kinderen, Marie en haar broer, de onderwijzer Jean. Le Roncier wordt dus weer verdeeld, maar Marie koopt direct het gedeelte van haar broer. Na het vroegtijdig overlijden van haar Léger, in 1866 op een leeftijd van slechts 38 jaar, onderhoudt zij de grond alleen, totdat haar zoon Claude groot genoeg is om haar af te lossen.
Claude Pelletier is van de generatie die het leven verdeelt tussen Parijs en de Morvan. Meteen na zijn huwelijk in 1880 brengt hij flinke verbeteringen aan aan het ouderlijk huis en bewerkt hij intensief Le Roncier, maar een paar jaar later vinden we hem terug als senior verkoper bij La Samaritaine, het grootste en oudste warenhuis in de lichtstad. Vervolgens bevalt het leven in de grote stad Claude weer niet en keert hij terug om de grond van Bellevue te bewerken. Echter, na het overlijden van zijn moeder, in 1910, trekt hij zich definitief terug in Parijs en zet hij al zijn bezittingen in Moux te koop; dat wil zeggen, Le Champ du Chêne en Le Roncier. Op 1 juni 1913, tijdens de openbare veiling door kroegbaas Jules Rateau in Moux, wil evenwel geen mens bieden. Waarop Claude Pelletier het huis drie dagen later onverwacht alsnog verkoopt aan een Parijse collega en het veld overdoet aan zijn volle neef Charles Meuriot.
De familie Meuriot-Marlot-Girard
René Meuriot, dakpannenmaker uit Vianges, trouwt in 1845 met Reine Pelletier, zuster van de hierboven aangehaalde Léger Pelletier (de man van Marie Collard) en dochter van een landbewerker uit het kleine plaatsje Roseaux. Het is daar dat in 1846 hun zoon Charles wordt geboren. Die trouwt op zijn beurt in 1867 met Marie Primard uit Gien-sur-Cure en zal, net als zijn neef Claude, zijn leven verdelen tussen Parijs en de Morvan. Als veeverkoper reist hij naar de hoofdstad, waar hij in 1870 werk krijgt op de spoorlijn van Orléans, in dezelfde periode dat zijn tweede kind wordt gebaard. Vervolgens kent hij enige welstand als inkoper voor de beroemde restaurantketen 'Bouillons Duval'. Dit bedrijf, met goedlopende zaken, werd in 1870 opgericht door slager Pierre-Louis Duval en Charles kan zonder twijfel zijn talent als veehandelaar tonen in de populaire restaurants, die vleesbouillon serveren getrokken van de beste delen van het rund.
Als keerzijde van zijn Parijse leven zal Charles Meuriot in 1893 scheiden van zijn Marie Primard, bij wie hij drie kinderen heeft, om te hertrouwen met Adna Despret, een Belgische weduwe die hem in 1895 een vierde kind schenkt. Voortaan woont hij bij haar in Charenton-le-Pont, waar hij in 1922 sterft.
Maison Bellevue
Deze Charles Meuriot dus koopt in 1913 Le Roncier van zijn neef Claude Pelletier. Het stuk grond ligt feitelijk pal tegenover het grootste huis van het buurtschap La Queue des Chaises, dat inmiddels beter bekend is als Maison Bellevue. Dit pand werd in 1850 gebouwd door Charles' vader, René Meuriot, die er op 27 juli 1913 zal sterven. Vanaf die datum en zeker vanaf de dood van Charles in 1922, zijn de Meuriots nauwelijks nog in Bellevue te vinden. De drie eerste kinderen van Charles zijn allemaal uitgevlogen. Laurent, de oudste, werkt net als zijn vader bij Bouillons Duval, de middelste, Reine, is getrouwd met een landbouwer uit Zwitserland en de jongste, Maria, woont met haar grondbewerker Gabriel Marlot in Censerey. Le Roncier is in die jaren zonder twijfel verpacht.
Bij de verdeling van de erfenis van Charles Meuriot, in 1922, komen Maison Bellevue en Le Roncier beide in handen van zijn zuster Maria en haar man Gabriel Marlot. Nog weer twee verervingen later is het geheel in handen van Emilienne Marlot, echtgenote van Louis Girard, die het op hun beurt nalaten aan Gabriel Girard uit Saulieu. Deze verkoopt het huis van zijn betovergrootvader in september 1998 aan de Hollanders Jurriaan en Elly, maar houdt Le Roncier, dat dan al vier generaties aan dezelfde familie toebehoort. Pas in 2007 verkoopt hij het stuk grond, waar twintig jaar eerder een kwart van is verkocht aan Girards oostelijke buurman monsieur Gilbert, aan Thérèse en Daniel Dubuisson, die het drie jaar later opnieuw verkopen aan de eigenaren van wat dan inmiddels Maison Bellevue heet.'

Tot zover het relaas van Thérèse en Daniel, die minstens drie maal naar het verre Nevers zijn gereisd om het archief voor de Nievre te raadplegen. Zelf zijn we van plan voorlopig helemaal niks met onze nieuwe aanwinst te doen. Nu ja, we maaien het gras, plukken de appels en houden nu en dan een barbecue in de schaduw van een stel hazelaars. O ja, en we gaan de wilde braamstruiken te lijf. Want die gedijen, zoals door de eeuwen heen, best op Le Roncier.

donderdag 17 juni 2010

Eigen fontein voor Maison Bellevue


(Van onze verslaggever)

Maison Bellevue heeft een eigen fontein waaruit bronwater kan worden getapt. De fontein is deze week in gebruik genomen door Aafko Bergenhenegouwen, die in 2009 al het startsein gaf voor de aanleg ervan.

Bellevue is al jaren aangesloten op een bron die ontspringt in de bossen achter het landgoed. Het water, in 2005 getest en schoon bevonden door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, wordt via een stelsel van pijpleidingen en buizen naar het estate gevoerd. Daar voedt de bron al lange tijd de leeuwenfontein van de eigenaren van Bellevue, Elly en Jurriaan, alsmede de complete watervoorziening van Maison Perdue.
Kraakhelder
Gasten van Maison Bellevue konden weliswaar ook al jaren gebruik maken van het kraakheldere water, maar dat moest tot deze week getapt worden uit een eenvoudige tuinslang. Het was Aafko Bergenhenegouwen (tweede van links, met rechts naast het waterhuis zijn vrouw Cindy) die in 2009 opperde om er een fraaie fontein voor aan te leggen, omdat Bellevue met deze bron een UPS - een unique selling point ofte wel een onderscheidend verkoopargument- in huis heeft, aldus Aafko destijds.
In de weken vooruitlopend op de tweede vakantie van het gezin Bergenhenegouwen op Bellevue, is hard gewerkt aan de aanleg van de fontein, die wordt gekenmerkt door een zware antieke bronzen kraan tegen een eikenhouten waterhuis. Het bronwater is vanuit deze kraan gratis te tappen door gasten van Maison Bellevue.
(bron: La Gazette de Bellevue)

donderdag 10 juni 2010

Pauselijke soep!


Antoine en Myriam, twee kunstenaars uit Maastricht die in mei een weekje 'Perdue' waren, verwarmen Bellevue met het recept van de lievelingssoep van paus Pius V (1504-1572). Die werd in 1712 door Clemens VI heilig verklaard, maar dat zal wel niet vanwege zijn vraatzucht zijn...

Thera Coppens meldt in haar 'Romantiek van de oude kloosterkeuken' dat de creatie, die ook wel Lombardische soep wordt genoemd, is bedacht door Bartelomeo Scappi, een kok die in 1570 in de keuken van het Vaticaan werkte. Zijn Lombardische soep dreef Pius V bijkans tot waanzin - we hebben het hier over een smulpaap - en toen de Heilige Vader in 1572 het leven liet was Scappi inmiddels zo vermaard dat de vier volgende pauzen hem allemaal aanhielden als chef! Coppens wijst erop dat de lekkernij tevens populair werd in veel Italiaanse kloosters en dat zij de pauselijke soep zelf met Pasen op tafel zet. Wat zal samenhangen met de feestdag van de Heilige Pius V, die op 30 april valt.

Coppens vermeldt als ingrediënten (hoeveelheden worden niet gegeven) een bospeen, groentebouillon, boter, tijm, peper en zout, geraspte emmentaler kaas, kruidnagel, een pijpje kaneel, snufje saffraan, witte druivensap plus eidooiers en eiwitten gescheiden. De bewerking is dan zo dat van de kaas met wat eiwit stevige balletjes worden gedraaid. De wortel gaat in plakjes, die in een klontje boter worden gebakken. Giet de bouillon er vervolgens bij en breng de soep op smaak met zout, peper en tijm. Voeg het pijpje kaneel toe en giet er het sap van witte druiven bij. Voeg wat saffraan toe voor geurigheid en kleur. Doe nu de geklutste eidooiers erbij, roer de soep glad en laat hem minstens een kwartier koken. Doe er tenslotte de kaasballetjes bij en laat die even meewarmen...

Ofschoon het recept zelf dus al een kunstwerk is, maakte Antoine er met recht een plaatje van, door de Pius V - die het witte habijt voor de paus invoerde - in het hart van de receptuur te verbeelden. Kortom, allemaal aan de pauselijke soep vanavond! Et bon appétit!

Met dank aan Antoine Berghs (www.antoineberghs.com) en Thera Coppens (http://www.historisch-toerisme-bureau.nl/).

donderdag 6 mei 2010

Het lieve leven van de familie Kaas



Geen product is zó verweven met onze cultuur als kaas. Vraag een emigrant in Canada wat hij het meeste mist aan Holland. Tien tegen één dat-ie 'een bruine boterham met kaas' roept. Je vindt kaas terug in onze taal (wie zich de kaas niet van het brood laat eten tenminste) en in spelletjes (boter, kaas en eieren), in de literatuur (de roman 'Kaas' van Willem Elsschot), de muziek (de popgroep 'Kaas' uit Edam). En natuurlijk vooral in de keuken.
Met zo'n dichte verwevenheid – of liever: diepe dooradering – kan het bijna niet anders of kaas is ten dele ook een spiegel van diezelfde cultuur. In 'Het lieve leven van de familie Kaas' gaat Neêrlands kaaskeizerin Betty Koster samen met culinair schrijver Jurriaan Geldermans op zoek naar de verhalen áchter kaas. Naar de makers ervan, met hun dromen en daden. Naar de ontstaansgeschiedenis van sommige kazen.
En dan hebben we het niet over vetgehaltes en graden, over stremsels en rijping. Nee, in 'Het lieve leven van de familie Kaas' gaat het over koeherders en koningen, engelen en soldaten. Over Napoleon die met zij sabel een Valençay onthoofdt. Over smokkelaars en belastingontduikers en operazangeressen en...
Meer dan twintig kazen komen tot leven in deze 'leukste verhalen over de lekkerste zuivel'. En bij al die heerlijkheden bedachten topkoks de beste recepten. Grote chefs als Jean Beddington en Onno Kokmeijer, Angélique Schmeinck en Lucas Rive kropen achter 'de kachel' om taarten en amuses, entrees en desserts met kaas te creëren. Vinologen als Thérèse Boer en Ronald Opten, Peter Bruins en Peter Klosse zochten er de mooiste wijnen bij. Of whisky's en sherry's en bieren. Want de familie Kaas heeft vele vrienden.
Zo maakten Betty en Jurriaan - samen met fotograaf Peter Schat - niet alleen een heerlijk leesboek, maar ook een kookboek en wijngids tegelijk. Kortom: 'Het lieve leven van de familie Kaas', da's een smúlboek.

'Het lieve leven van de familie Kaas – het leukste verhalen over de lekkerste zuivel' is een uitgave van Insider Media te Naarden. Het is verkrijgbaar bij boekhandel, kookwinkels en in veel kaasspeciaalzaken. Het ISBN-nummer is 9789490142056.
De prijs van het boek bedraagt 22,50 euro.